Philip Snijder
Retour Palermo
(2011)
Mouria
192 pagina's
€ 17,50
ISBN 9789045802107
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
recensie van Zondagsgeld
Philip Snijder: 'Het is hard trappen op de hometrainer'
interview
Schaduwjury: Een zomer lang op zoek naar het beste debuut
opiniestuk
Schaduwjury: Een echte roman? Een meesterstuk van vertelkunst
opiniestuk
Schaduwjury: ware vertelkunst wint
opiniestuk
Literaire tijdschriften als podium voor korte verhalen
opiniestuk
andere recensies
Het verbrande vel van een Duitse toerist uit Amsterdam
door Simone van Saarloos, 19 maart 2011
Twee zwetende tieners zonder zitplaats, zesendertig uur in de trein naar het zonnige Palermo. Toen, in de jaren ’70, zag de toekomst er nog veelbelovend uit. Dertig jaar later biecht je je levensverhaal op aan een mislukt borstbeeld van een verloren vriend.
Retour Palermo, de tweede roman van Philip Snijder (1956), begint met een seksuele fantasie. De achttienjarige jongen die zijn verhaal als veertiger vertelt, beleeft een erotisch moment met een moederlijke non, zonder dat zij daar weet van heeft. Het glas van het coupéraam dat hen scheidt weerhoudt hem van echte aanrakingen, zoals zijn vriendin Ingrid later tussen hem en de Siciliaanse Sandro in zal staan. Die gemedieerde relatie deert hem niet, integendeel. Via Ingrid hoopt hij ‘een beetje minder mijn vormeloze Amsterdamse zelf en een beetje meer dat Siciliaanse levende kunstwerk te worden.’
Toch is het niet alleen de schoonheid van het flamboyante Italië dat hem drijft, maar bovenal de kleinmenselijke onzekerheden van een achttienjarige in een vreemd land. Hij probeert het Italiaanse leven eigen te maken. Eerst onhandig maar al gauw volleerd, zoent hij andere mannen bij het begroeten en zuigt hij slijmerige zee-egels leeg.
Nog voor de jonge geliefden daadwerkelijk kunnen wennen aan de exorbitante gastvrijheid op het eiland, worden ze op sleeptouw genomen door de innemende Sandro, voluit Alessandro Toti. Bij zijn ouders thuis in Palermo lunchen ze en houden ze siësta. Tijdens een van die middagslaapjes ligt de ik-verteller dicht tegen zijn Ingrid aan. Plots hoort hij iets dat zijn verbeelding aanwakkert: ‘Ingrids seksademhaling’. Wat volgt is een fantasierijke passage waarin hij zich realiseert dat Sandro aan de andere kant van haar ligt. De charmante Italiaan is de slang, beseft de ik-figuur. Hij moet hen verlossen van hun uitgeleefde bestaan in Amsterdam dat er in het geheel niet fantasierijk uitziet:
‘de zaterdagavonden bij Ingrids ouders met boterkoek en Avro’s Wiekentkwis, haar wens ¬– waarvan het uitspreken door mij was verboden – dat we ons zouden ‘verloven’, mijn wekelijkse vluchtmiddagen in een pornobioscoop, ons geringe aantal vrienden, mijn stiekeme drankmisbruik, onze krampachtige kinderseks.’
Door Ingrid over te dragen aan de slang, komt hij zelf dichter bij de exotische en uitbundige perfectie van het Siciliaanse leven. ‘Sandro was mij’, concludeert hij. Maar hoewel hij deze levensstijl vol van ‘levenslust, gezelschap en conversatie’ zoveel mogelijk overneemt, blijft hij de blonde jongen met een roodverbrande huid die overal voor een Duitse toerist wordt aangezien. Tien jaar blijft het Nederlandse stel samen, maar zoals we al lang weten, valt de vrouw uiteindelijk voor de verleiding van de slang.
Snijder verstaat de psychologie van zijn personages tot in de puntjes. Zijn beschrijvingen zijn subtiel maar direct raak: de broeierige spanningen op het eiland onthullen een scherp levensportret. De auteur verspilt geen woorden, maar laat het kleinste detail gelden en nagalmen. Bijvoorbeeld de ‘twee donkere Rohrsachvlekken’ die door Ingrids ‘natte bikini-beha’ op haar witte T-shirt staan afgedrukt.
De invoelbaarheid van het verhaal wordt gesteund door Snijders aandacht voor het lichamelijke. De culturele verschillen tussen de Nederlanders en de eilandbewoners in het Middellandse Zeegebied zijn groot. De jonge ik-verteller kan zijn blonde lijf niet omzetten in het kleine, gracieuze gelaat van een Siciliaanse slang. De aanrakerige Sicilianen brengen de stijve Hollanders in verlegenheid. De cultuurverschillen worden ook letterlijk pijnlijk. Zoals het verbrande lichaam van de verteller, dat zo gênant afsteekt bij de olijfbruine huid van de donkere Italianen: ‘Bij het opstaan had ik het gevoel dat mijn huid veel te krap was geworden voor mijn lichaam, dat ik moest oppassen er niet met een bruuske beweging uit te scheuren.’
Snijder diept niet alleen de tegenstelling in cultuur uit, ook het wrange contrast tussen de jeugdige ik-figuur en de vroegoude verteller komt aan bod. Na de vakantie die hij met Ingrid in zijn tienerjaren heeft beleefd, blijven ze terugkomen naar Sandro en Sicilië. Op zijn zevenenveertigste is de verteller – inmiddels zonder Ingrid ¬– voor een dag terug in Palermo. Behalve zijn wijnverslaving is alles ‘onherkenbaar veranderd’ en hij is verworden tot ‘een gepijnigd kijkende figuur van middelbare leeftijd, met een vetlaag onder zijn plakkende hemd en wat natte plukken touw op zijn hoofd.’ Toch lijkt hij in de geest van de charmante slang te hebben geleefd. Wanneer hij nog diezelfde dag voor het borstbeeld van zijn vriend staat, beseft hij hoezeer zijn leven door Sandro beïnvloed is.
De verteller is gezegend met een scherp observatievermogen. Hij kijkt niet rechtstreeks naar de luidruchtige vissers in het lokale strandtentje, maar naar een punt net daarnaast of erachter. Zo blijft geen enkel detail onderbelicht. Auteur en personage komen in dat opzicht overeen: elk woord, elke bijzin verlevendigt deze vakantie tot een waar kunstwerk. De onbevangen blik van de verliefde tieners en de teleurstelling van een veertiger vormen samen een meerstemmige roman, waarin geen enkel geluid ongehoord mag blijven. Het enige minpunt aan Retour Palermo is dat dit wervelende taalballet slechts 192 pagina’s duurt.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



