Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Van maagd naar moordenaar

door Irwan Droog, 30 maart 2011

In 2001 ontmoetten Armin Meiwes en Bernd Jürgen Brandes elkaar via internet. Armin wilde ooit mensenvlees eten, Bernd wilde opgegeten worden, en zo geschiedde. Yves Petry (1967) baseerde De maagd Marino hierop. Het eerste hoofdstuk bevat meteen de ergste gruwelen (een afgesneden penis en een doorgesneden keel), waarna Petry zijn verbeelding de vrije loop laat in het verdere verloop van deze psychologisch diepgravende roman. Wat drijft iemand zo ver dat hij zijn eigen penis afgesneden wil hebben? Wie werkt daar vrijwillig aan mee, en maakt vervolgens op eigen initiatief ‘biefstukjes uit de billen’?

Na de schokkende openingsscène schakelen we over naar Marino Mund, die het ontmannende mes hanteerde en nu in zijn cel de pen heeft opgepakt. De stem van zijn slachtoffer, Bruno Klaus, heeft zich in zijn brein genesteld en dwingt hem hun gezamenlijke geschiedenis op te schrijven. Hoewel aanvankelijk verwarrend geeft dit perspectief een interessante draai aan het verhaal. Zijn advocaten adviseren Marino zich aan een bepaalde, maar beperkte versie van het verhaal te houden. Bruno blijkt een goed klankbord bij het verwoorden van de ware toedracht. In de twee uitvoerige karakterschetsen die hieruit resulteren probeert Petry de motieven van dader en slachtoffer te achterhalen.

Bruno doceerde jarenlang literatuur aan een Belgische universiteit. Zijn blinde obsessie voor een aantal grote schrijvers neemt de laatste tijd steeds meer af: wat hebben ze hem eigenlijk nog te zeggen? Hij glijdt langzaam af naar een totale desillusie. In een droom wordt hem duidelijk dat hij bijna volledig los is komen te staan van de wereld, dat er nog slechts één verbinding bestaat – er rest hem slechts de zoektocht naar iemand die die verbinding voor hem verbreekt. Of af wil snijden.

Ondertussen zoekt de enigszins wereldvreemde Marino zijn eigen weg na de dood van zijn moeder, bij wie hij op zevenendertigjarige leeftijd nog steeds woonde. Met een voorkeur voor zich verschuilen bij bezoek over de vloer, zoals de apostolische beweging waar zijn moeder lid van was, is het een wonder dat de maagd Marino sociaal functioneert en zelfs in staat is een eigen computerwinkel te runnen. Die besluit hij dan ook op te geven, maar niet voordat het lot de perverse Bruno als een van zijn laatste klanten naar binnen stuurt, op zoek naar meer geheugen om meer pornofilmpjes tegelijkertijd af te kunnen spelen.

Ondanks de bekende afloop wordt in elk van de zesentwintig hoofdstukken van De maagd Marino de spanning verder opgevoerd door de stapsgewijs toegediende geschiedenissen van de hoofdpersonen. Dat het boek onderhoudend blijft is onder andere te danken aan de gedetailleerd uitgewerkte Marino en Bruno: het ontbreekt ze weliswaar aan enige sympathie, maar ze komen volledig tot leven als de verwrongen producten van respectievelijk hun jeugd en wereldverachting.

De voornaamste aantrekkingskracht van de roman ligt echter in het taalgebruik van Petry. Hij laat Bruno spottend reflecteren over zijn talige aanstellerij (‘Bombastische Bruno en zijn ellendige alliteraties, zijn melige metaforen, zijn dolgedraaide papegaaien’), maar het is juist die omgang met woorden die herhaaldelijk als hoogtepunt opduikt. Zo ook de wellicht onsmakelijke maar beeldende omschrijving van de afgesneden en op tafel gelegde penis:

Het bloedspoortje dat eruit is weggelekt, wekt in Marino’s dromerige waarneming de indruk dat het op eigen kracht voortkruipt, weg van de chaos waaraan het is ontsproten.

Armin Meiwes heeft gezegd aan zijn memoires te gaan werken tijdens zijn levenslange gevangenisstraf. Hoe interessant die memoires ook zullen zijn, Petry zal er stilistisch ongetwijfeld torenhoog bovenuit steken. De spelenderwijs ingezette taal, inderdaad vol alliteraties en metaforen, zorgt voor een vloeiend geheel waarin ook filosofische paden en andere zijwegen worden bewandeld. Zo is er ruimte voor Marino’s kwantumfysische theorieën en Bruno’s literatuuropvattingen, maar blijft de belevingswereld van de zelfmoordenaar centraal staan:

Als ik wilde zwijgen, zou ik mezelf dat zwijgen moeten opleggen op de meest radicale manier. Niet alleen mijn tong maar al mijn levensmoleculen, van kop tot teen, moesten worden stilgelegd. En Marino bleek bereid om me in mijn ongeneeslijke onvrede bij te staan en te volgen tot aan de laatste stamelende, stokkende, stervende zin.

Doordat Petry het waargebeurde voorval niet slechts reconstrueert, maar allerlei details in het verhaal verandert en toevoegt, tilt hij het boek naar een hoger niveau. Hoewel per definitie onbegrijpelijk, worden de motieven van beide personages door Petry’s verbeelding toch geloofwaardig in deze afdaling naar de meest duistere krochten van de menselijke psyche.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.