Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Een uit de lucht gevallen laatste kans

door Marije Klein, 6 april 2011

Maak kennis met Franz Müll, schuilnaam Franz Laschke. Leider van de harde kern van Duitse communisten, schrijver en, in betere dagen, vader. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is Franz alles kwijtgeraakt: zijn geloof in de arbeidersopstand, zijn status als charismatisch leider, zijn vermogen tot schrijven, zijn kinderen en zichzelf. Maar hij krijgt nog een kans om goed te doen.

Dat die kans vooral het terugvinden van zichzelf behelst, is een boodschap die luid en duidelijk verkondigd wordt in Arjen Mulders roman De derde jongen. Vanaf het moment dat Franz wakker wordt in het huis van zijn vroegere geliefde Clara, draait het om één ding: het bijeenrapen van zijn verloren geheugen. Franz weet niet meer dan dat hij door ‘kameraden’ uit het concentratiekamp Bozen in Noord-Italie is gehaald en is toevertrouwd aan de zorgen van Clara, woonachtig in een pittoresk Italiaans kustplaatsje.

Tijdens de gestage terugkeer van Franz’ geheugen worden suggesties gegeven over zijn turbulente leven. De vindingen en karakterontwikkelingen leiden soms tot storende inconsistenties. Clara wordt opgevoerd als een mysterieuze vrouw die iets te verbergen heeft. Maar dan wordt ze plots expliciet: ze geeft zonder duidelijke aanleiding toe dat ze Franz in het verleden op een onbewaakt moment heeft bespied. ‘Jij liep daar zo onbezorgd in de massa, ik kreeg een paniekaanval. Je was de partij uitgegooid en had de KAPD opgericht.’ Door deze plotselinge informatiestroom van Clara, aangewend om Franz’ karakter uit te diepen, valt het mysterie, de opgebouwde spanning tussen de twee weg.

Met de spanningboog gaat het vaker mis, vaak als de dialoog wordt ingezet om de geschiedenis vorm te geven. Houterig bewegen de personages zich door het verhaal, met teksten als: ‘Hij is door mijn ouders gered uit ons wanhopige huishouden en ze hebben een tüchtiger Knabe van hem gemaakt. Ik zag hem vijftien jaar geleden voor het laatst, maar hij zal de oorlog wel zijn doorgekomen.’ Aldus Franz over zijn eerste, gelijknamige zoon. Met gedachten over het doen en laten van zijn kinderen vermoeit hij zich niet. Eenzelfde lot is zijn tweede zoon Peter beschoren, die hij na één jaar al is vergeten. Er zijn belangrijke zaken om zich het hoofd over te breken: de arbeidersopstand in zijn hoogtijdagen als leider, bijvoorbeeld.

Franz verdiept zich verder vooral in Clara’s vermeende plannen met hem. Ze laat aanwijzingen voor hem achter op zolder, zoals zijn boek, een scene waarin Franz’ identiteit voor het eerst bekend wordt. Elke vraag die de lezer zich daarover zou kunnen stellen, wordt in de ban gedaan door Franz’ voorgekauwde gedachtengang: ‘Wat deed dat boek hier? Hij had het geschreven in hoe heette het vestingstadje.’

De verschijning van Arnoud, Clara’s geestelijk gehandicapte kleinzoon is reden om Franz’ gedachten overuren te laten draaien. Helaas wordt de lezer ook hier deelgenoot van, waardoor elke suggestie direct geëxpliciteerd wordt. ‘Het leek hem nu geen toeval of aardige geste meer dat Clara hem zijn roman De nieuwe mens had laten vinden. Denk na, Franz. Ze legt het boek op zolder klaar en stuurt je naar boven, ze drukt je met je neus op wat je vroeger bent geweest. Moest dit zijn volgende project worden? Een druilerig en volkomen machteloos kind, dat niets was en het zelf niet wist, opvoeden tot, ja wat?’ Een nieuwe kans vader te spelen komt volstrekt uit de lucht vallen, net als de motieven die Clara hiervoor zou kunnen hebben.

Franz’ bestaan als schrijver ontstaat met het opduiken van zijn overleden dochter Elizabeth, die hij heeft verraden voor geld. Als vader heeft hij driedubbel gefaald, maar hij kan het goedmaken door haar verhaal te vertellen. Al na één bladzijde wordt hij gestopt door dunne symboliek. ‘Er klonk geklapper en hij zag een duif op de vensterbank landen. De wereld had een teken gezonden. Hij mocht het boek over Elizabeths einde nog niet schrijven. Eerst waren er Arnoud en Clara.’

Voor het verhaal zou het lonen het vader- en zoonthema dieper uit te werken. Jammer genoeg wordt ten koste daarvan een blik dorpsfiguranten opengetrokken, met ieder hun eigen verhaal. Als gevolg hiervan komt geen van de personages echt tot bloei. Zelfs Arnoud, die toch de belangrijkste persoon in Franz’ leven wordt, blijft vlak. Na even in Franz’ aanwezigheid te verkeren, groeit hij van een kwijlend hoopje mens dat zijn broek volpoept uit tot een knappe jongeman die rechtop kan lopen. Dat randfiguren zoals notaris Baraldi deze snelle ontwikkeling van een jongen die onder Clara’s hoede nauwelijks buiten kwam opzichtig constateren, komt naïef over.

Het dieptepunt in Arnouds verwording tot een aantrekkelijke puberjongen, is te vinden in de orale bevrediging die hij mag ontvangen van de wulpse bankbediende, juffrouw Lodi. Het ontwakende liefdesleven van de bijzondere tiener verwordt door dit beeld tot een platitude.

Franz’ belofte zich helemaal te wijden aan Arnoud en Clara komt hij niet na. Zijn uitspraak ‘ik doe er niet meer toe’ zijn dan slechts ijdele woorden. Uiteindelijk gaat het om het terugvinden van zichzelf en het doorbreken van het impasse in zijn schrijverschap. Het verhaal van de verloren dochter moet verteld worden. ‘Vanaf haar sterfbed zond ze hem, haar vader en laatste steunpunt, een teken, waarna ze stierf.’ Ironisch aangezien haar vader niet eens in de buurt is gekomen van een steunpunt, maar het is allemaal bittere ernst bij Franz. Dat de pretenties van een gefaalde vader, schrijver en activist ten koste moeten gaan van potentieel bijzondere personages en interessante vindingen, is betreurenswaardig.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.