Martijn Simons
Zomerslaap
(2010)
De Bezige Bij
142 pagina's
€ 16,90
ISBN 9789023458395
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
Vrij Nederland
Tzum
CJP Magazine
8weekly
Cultuurbewust.nl
Cutting Edge
Passionate Magazine
Deadline.nl
Mixed Grill
Roar e-zine
Zinderende sfeer, zonder ontwaken
door Simone van Saarloos, 19 april 2011
‘Met elke slag kom ik dichterbij, ga ik nog iets harder, ik word niet moe, en als ik bij haar ben hoef ik niet af te remmen, want ze vangt me op, met haar handen onder mijn oksels vangt ze me op, om de duizelingwekkende snelheid te breken waarmee ik op haar ben afgestormd, en ze blijft staan, mamma, hoewel ik zeker weet dat ieder ander zou vallen.’ De hoofdpersoon in Zomerslaap schaatst als kleine jongen op zijn moeder af. Koud is het alleen in zijn herinnering, want in het romandebuut van Martijn Simons (1985) gloeit de warmte van de bladzijden af.
Zoals ook de zomer verstrijkt, zo zal de zeventienjarige ik-verteller langzaam maar zeker onder de veilige vleugels van zijn moeder vandaan moeten kruipen. Straks gaat hij naar de universiteit en op kamers in de stad. Vandaar dat hij nu nog even helemaal niets doet, behalve het ophalen van herinneringen. Herinneringen aan een jeugd die eigenlijk nog niet voorbij is.
De hoofdpersoon en ik-verteller beweegt zich loom door de zomer heen. Hij ligt in de tuin, mijmert wat en bekijkt zijn mooie, zongebruinde moeder. Zijn gedachten dwalen voortdurend af naar Lisa, het meisje dat hem niet meer wil zien. Ook van zijn vriend Simon raakt hij verwijderd. Die zit hele dagen bij het zwembad, waar heel het dorp bijeen is. Zo ook zijn broertje, die wél een meisje heeft om de zomer mee door te brengen.
De meest serieuze dramatiek die zijn leven kleurt, is het ziekbed van zijn oma. Met haar ging hij tennissen en van haar heeft hij een verrekijker gekregen. Geheel naar het ‘enneagrammenboek’ van zijn moeder, volgens wie hij van de vijf persoonlijkheden onder de categorie ‘waarnemer’ valt, draagt hij de verrekijker altijd bij zich.
Zo opgesomd klinkt Zomerslaap nogal karig. En dat is het ook, ware het niet dat dat te kort doet aan de aanschouwende stijl die Simons hanteert om de broeierige sfeer van een Nederlandse hittegolf neer te zetten. Her en der doet de ik-figuur zijn ‘waarnemer’-status eer aan. Zo herinnert hij zijn zwemles: ‘Om mijn middel zit een elastieken band met bruine blokken eraan, ze zien eruit als grote repen chocola.’ Omdat de hitte inmiddels is opgestegen uit het boek, zie je die blokken chocola al wegsmelten. Maar echt spannend of melancholisch wordt het nergens, de zeventienjarige heeft simpelweg te weinig interessante ervaringen opgedaan in zijn korte leven in een saai dorp.
De zeventien hoofdstukken over deze zeventienjarige jongen zijn te veel gevuld met uitgesponnen herinneringen, die wel heel clichématig worden opgeroepen aan de hand van (letterlijke) littekens en verborgen dia’s in de studiekamer. Of wanneer hij door zijn verrekijker kijkt en terugdenkt aan een spreekbeurt op de basisschool: ‘Iedereen schreef er een werkstuk over of hield een spreekbeurt en ik koos vogels. Was dat omdat er nu eenmaal gewoon iets gekozen moest worden?’ Je zou er, aangezien alles toch al staat uitgespeld, haast in een adem achteraan plakken: ‘Of omdat ik naar vrijheid verlang?’
Simons legt veel uit, maar in feite behoeft het gevoelsleven van de ik-verteller weinig uitleg. Gelukkig beschrijft de auteur zijn personage soms ook subtiel en treffend.
Wanneer hij moet werken op een feest op het plein in het dorp, wordt zijn levenslot pijnlijk duidelijk: ‘Wij verkochten alleen de gewone dingen, bij de andere bar kon je ook champagne en cocktails kopen. Daar stond Simon.’
Hoewel Simons met zijn sfeervertellingen het papier laat gloeien, wordt het nergens gevaarlijk heet, waardoor je bij Zomerslaap bijna wegdoezelt. Dat kan, ondanks de titel, toch niet de bedoeling zijn. Wat bovenal uitblijft is de urgentie: waarom moest juist dit verhaal van deze jongen – aankomend student die naar de grote stad gaat en van zijn moeder los moet komen – verteld worden? Wanneer de ik-figuur zijn broertje pest, vraagt zijn moeder geërgerd of dat nou nodig was. ‘“Ja”, zei ik, “dat was nodig.”’ Zijn moeder is uiteraard niet overtuigd. Ik ook niet. Nog niet althans. Want wanneer Simons deze stijloefening doorzet, is zijn volgende roman wellicht meer dan een zinderende sfeerbeschrijving.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



