Ingrid Vander Veken
Aankomen in Bali
(2011)
De Bezige Bij
255 pagina's
€ 22,50
ISBN 9789085422617
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
Op zoek naar duizend tempels
door Lisette Luykx, 21 april 2011
Aankomen in Bali, een liefdesverhaal bevat het verhaal van Maarten, consequent als ‘de zoon’ aangeduid, die verliefd wordt op een tempeldanseres. Een standaard romantisch liefdesverhaal is deze roman echter niet; het beschrijft eerder een zoektocht. Al op jonge leeftijd raakt Maarten geďntrigeerd door het mysterieuze Oosten en geheel volgens de vooruitziende blik van zijn moeder – hij liep als kind altijd al op blote voeten – vertrekt hij naar Bali, het eiland van de duizend tempels. Op zoek naar iets. Naar wat precies weet hij zelf ook niet, maar na enkele begane culturele missers en vele uren van westerse rationaliteit in een poging de Balinezen te doorgronden, vindt hij berusting. Hij wordt opgenomen in de gemeenschap, maakt zowaar carričre in een gamelanorkest en trouwt volgens de Balinese traditie met een tempeldanseres.
Maartens verhaal, van zijn kindertijd tot zijn vertrek, wordt gereconstrueerd aan de hand van verhalen van verschillende personen. Zijn moeder, vader, broer en Chinees-Laotaanse jeugdvriend Hang – door wie zijn verlangen naar het Oosten werd gewekt – beschrijven allemaal hoe de keuze van Maarten om voorgoed te vertrekken naar een exotisch eiland hun levens heeft beďnvloed. Daarbij wijden ze uit over hun eigen zoektochten en verlangens.
De moeder is zich al snel bewust van de onrust die in haar jongste zoon leeft en moet met lede ogen aanzien hoe hij haar verlaat. Dankzij zijn vertrek bereikt ze uiteindelijk een staat van Oosterse zen en leert ze om haar kinderen los te laten. Maartens Britse vader reist voor de trouwerij af naar Bali en is daar heel even onderdeel van de kleurrijke tradities. De oudere broer, die in eerste instantie gekwetst achterblijft door het vertrek van zijn lievelingsbroer, trekt zich terug in zijn studieboeken en wil niets weten van Maartens nieuwe leven op Bali. Hij wordt echter door hetzelfde verlangen overvallen, emigreert naar China en ziet zich daar als westerling geconfronteerd met vergelijkbare obstakels: hij heeft geen houvast, geen kennis van de taal en geen noties van de samenleving. ‘Als een echo van wat zijn jongere broer overkwam.’
In eerste instantie om een geadopteerd meisje te helpen haar biologische moeder te vinden, reist Maarten af naar Indonesië. Hoewel dit zowat het laatste land was waar hij naartoe wilde (zijn voorkeur ging eigenlijk uit naar China, Vietnam of Thailand), weet hij al bij de eerste aanblik dat hij hier wil leven:
‘Zover hij kan zien: zachtglooiende heuvels, begroeid met palmbomen, uitgestrekte rijstvelden. Frisgroene wuivende halmen, glanzende watervlakken waarin zich de blauwe lucht spiegelt. Langs de wegberm schrijdt, waardig en sierlijk, een stoet feestelijk uitgedoste vrouwen. Boven de verweerde muren die de woonerven afbakenen, verrijzen talloze tempels. Als om aan te tonen dat dit inderdaad het paradijs is.’
De reconstructie van Maartens verhaal door de verteller leidt tot haar eigen zoektocht. Geleid door de herinneringen van anderen belandt ze uiteindelijk op Bali, waar ze Maarten ontmoet in zijn nieuwe wereld. Verlangend, bijna weemoedig wordt het leven op het eiland, dat bepaald wordt door rituelen, offers, goden, goede en slechte geesten en gemeenschapzin, beschreven door westerse ogen. Deze samenleving, die getypeerd wordt door traditie en saamhorigheid, maakt de verteller bewust van een ‘westers’, onbestemd verlangen. ‘Ik ben niet alleen de zoon achternagereisd, maar ook zijn vertwijfeling.’
Zoals in dit korte citaat te zien is, worden personages zelden bij naam genoemd worden, maar met ‘de zoon’ of ‘de moeder’ aangeduid. Dit creëert een zekere distantie tot het verhaal en maakt het moeilijk om je in de personages in te leven. Ingrid Vander Vekens schrijfstijl kenmerkt zich bovendien door korte zinnen, waarin vaak cynisme doorschemert, zoals in beschrijvingen als: ‘de westerse verzorgingsstaat met haar betuttelende bejaardenverzorgers, psychofarmaca om dementen rustig te houden.’ Dit leest niet altijd even prettig. Ook wordt de lezer aan de lopende band getrakteerd op gedetailleerde uiteenzettingen van religieuze handelingen en Balinese tempeldansen, die niet zouden misstaan in een reisgids, maar wel de vaart van het verhaal ontnemen.
Het contrast tussen Oost en West wordt meer dan eens benadrukt, waarbij de westerse maatschappij niet zelden als negatief wordt afgeschilderd. De lezer wordt bewust gemaakt van de negatieve invloed van het westen op het oosten, vooral door het levendige beschrijven van Balinese gewoontes, die vanuit het zuiden van het eiland door oprukkende brommers, hotelketens en surfleraren worden ondermijnd. Deze cultuur heeft zich altijd aan de invloeden van buitenaf – Javaanse, boeddhistische, Nederlandse – weten aan te passen. Maar kan zij zich staande houden onder het drukkende gewicht van zoveel Westersheid? Iedereen die ooit op Bali is geweest, beseft dat wat we aan gebruiken en tradities zagen enkel nog glimpen zijn. Wellicht dat Maarten net op tijd kwam om nog te kunnen proeven van dit paradijs.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



