Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

'Ze had een koppelwerkwoord gebruikt'

door Roos van Rijswijk, 12 mei 2011

Een thema als multiculturaliteit levert lang niet altijd kwalitatief onomstreden romans op : denk aan Vuijsjes Alleen maar nette mensen, of Martin Schoutens Het meisje met het hoofddoekje. Ik hield mijn hart dan ook vast bij het openslaan van De Vrijwilligster van Antje Visser (1982). Het verhaal in dit debuut leent zich namelijk uitstekend voor het gênant uit de bocht vliegen in generalisaties en clichés over de multiculturele samenleving: vrijwilligster Willemijn werpt zich om onduidelijke redenen op als taallerares en rots-in-de-branding voor laag opgeleide Turkse leeftijdsgenote Nuray. Een heel andere wereld dan die de witte, welgestelde studente tot die tijd kende. Ze buigt steeds dieper onder de valse pretenties van Mustafa: de corpulente, kettingrokende en vrouwonvriendelijke vriend van Nuray.

Mustafa en Nuray zijn niet getrouwd, want Mustafa maakt om onbekende redenen de benodigde papieren niet in orde. Hierdoor loopt Nuray het risico uitgezet te worden. Nu is weggaan bij de veel oudere Mustafa het probleem niet zo, maar het feit dat ze in Turkije onder de tirannie van haar schoonfamilie zal moeten leven staat Nuray – terecht – tegen. Ondertussen raakt ze ook ongewenst zwanger van een tweede kind. Het zal een meisje worden. Heel jammer, vindt Mustafa: de volgende keer moet Nuray maar een zoon krijgen.

Je kunt Visser op een hoop clichés betrappen. Het overheerlijke Turkse eten in schril contrast met de Hollandse pot bijvoorbeeld, of het feit dat die corpulente Mustafa óók nog vrachtwagenchauffeur is. Maar Visser – zelf gaf zij ook vrijwillig taalles aan Turkse immigranten– weet de lezer wel degelijk te overtuigen. Bij het lezen van de beschrijvingen van Mustafa dringt (als je eenmaal gewend bent aan het fonetisch weergegeven Turksj-Amsjterdamsje accent)deze zich zeer realistisch op: je ruikt zijn tabakswalm, ziet zijn dikke buik naast je op de bank, en je voelt je net als Willemijn ontzettend ongemakkelijk als je zijn redeneringen volgt. Hetzelfde levensechte effect heeft Nuray op de lezer. Ze is intelligent, maar krijgt iets volslagen hulpeloos door haar gebrekkige Nederlands haar onvermogen officiële documenten te kunnen ontcijferen. Haar sociale isolatie roept er om doorbroken te worden, en de vrijwilligster neemt deze taak op zich.

In haar behulpzaamheid naar de erg aanhankelijke Nuray gaat Willemijn veel te ver. Ze legt een tijdbom onder haar eigen, smetteloze studentenleven door moedwillig de rechtbank voor te liegen en haar handtekening te zetten onder documenten die haar in problemen kunnen brengen. Ze is bijna destructief te noemen, ware het niet dat ze totaal niet lijkt te beseffen waar ze mee bezig is: de rol vervullen van Mustafa’s speelbal. De focus van de roman verschuift zo van Nuray naar de duivelse verschijning van haar vriend, die tot overmaat van ramp de woning van Willemijn weet te vinden. Hij zoekt haar dan ook op bij ieder probleem dat zich voordoet. Willemijn wordt angstig en neemt langzaam maar zeker de rol van haar Turkse vriendin over; lijdzaam wachten op nog meer onheil, het liefst met ramen en deuren gesloten.

Vissers taalgebruik is toegankelijk en doorvlochten van metaforen om sfeerbeschrijvingen te ondersteunen (‘Ivoorkleurige lamellen, waarvan enkele ontbraken of waren afgebroken, bewogen zachtjes heen en weer voor de ramen. Ze boden de aanblik van een gehavend gebit’). Amsterdam Slotervaart schetst ze kundig door de ogen van naïeveling Willemijn en ook de andere personages krijgen persoonlijkheid mee door hun taalgebruik; zo spreekt de moeder van Willemijn luchtig en nonchalant over haar nieuwe woonplaats ‘Abcou’ (Abcoude, maar dan voor insiders), heeft Mustafa dat eerder beschreven Amsterdams-Turkse accent en maakt Nuray op taalgebied zelfs een ontwikkeling door, want ze leert steeds beter Nederlands spreken. Dit overigens tot grote vreugde van Willemijn, die na een heftige mededeling meldt: ‘en ondanks de aard van de boodschap, die ik nog vaak zou horen, was ik verheugd over de vooruitgang: Nuray had een koppelwerkwoord gebruikt.’

Terug naar mijn angst voor de effecten van dit boek op de politiek correcte lezer: het zal wel loslopen. Nuray en Mustafa worden namelijk beschreven vanuit Willemijn, en op haar is het één en ander af te dingen. Haar tenenkrommende naïviteit bijvoorbeeld, maar ook haar achterbaksheid: de hechte vriendschap met Nuray wordt haar een last, maar desondanks houdt ze consequent de illusie van wederzijdse vriendschap in stand door met haar over vertrouwelijke zaken te spreken. Wat me op het oeverloze in deze roman brengt: alle problemen die Willemijn zich op de hals haalt, lijken uitzichtloos, want ze heeft het duidelijk niet in zich om ook maar iets aan de situatie te veranderen. Willemijn graaft het hele boek stug door aan haar eigen graf, maar een moment van besef blijft uit. Er mist een knal, een apotheose, een vrije val. Het aanvankelijke innerlijke conflict van Willemijn (politiek correcte idealen versus een compleet gezin aan zijn lot overlaten) is een interessant gegeven, maar voorkomt niet dat het verhaal van De vrijwilligster op den duur steeds meer inzakt.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.