Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Een mobiel in een blender en een moonwalk op het bordes

door Simone van Saarloos, 27 mei 2011

‘Konden ze altijd maar samen blijven en in hun pyjama naar elkaar zwaaien, als negenjarige buurmeisjes in Emmeloord.’ Een nostalgische noodkreet, ogenschijnlijk onschuldig. Nostalgie regeert in De man met de schaar. Marien, een jonge studente rechten die nauwelijks studeert, heeft alle reden tot een verlangen naar het verleden. Omdat haar leven vooral digitaal iets voorstelt, krijgt ze een RSI-arm, laten zij en haar boezemvriendin Elena zich verloochenen op lekkerlenen.nl en haar vriendje Wienik deelt meer met zijn followers op Twitter dan met haar.

De kreeft, een populistische politicus die zijn bijnaam verleent aan zijn knalrood geverfde haar en de knippende vingerbeweging die door het grote publiek werd overgenomen toen hij nog professioneel schaatser was, vertolkt de nostalgie van alle Nederlanders in het boek, en bovenal de bejaarden. Want in een wereld waarin de buurman een kwartier doet ‘over het uitkiezen van een toetje’ en de ‘sterke geur van andijvie met draadjesvlees’ alleen in bejaardentehuizen als ‘Oud & Geliefd’ hangt, is het moeilijk vertoeven. Daarom plant De Kreeft een moonwalk op het bordes en gooit hij een mobiel in de blender. Dan zijn de jongeren blij, alsook de bejaarden.

Alone Together door een safehouse en scheepstoeter


Voor haar tweede boek heeft Iris Koppe een overkoepelend, alles overheersend thema gekozen. Het motto van Sherry Turkle’s Alone together luidt: ‘We turn to new technology to fill the void but as technology ramps us, our emotional lives ramp down.’ De nostalgie regeert en daar blijkt ook een reden voor. Maar het krampachtige – ik zou bijna zeggen kreeftachtige – gevecht tegen de technologie heeft een averechts effect. De Kreeft ziet zijn vrouw nooit meer; na menig blenderincident leeft hij ondergedoken in een safehouse. De vriend van Elena’s moeder blaast op een scheepstoeter wanneer reizigers bellen in het openbaar vervoer; moeder schaamt zich zo dat ze de relatie verbreekt.

Waar Mohammed Atta in Koppes debuut Rosiri al even ter sprake kwam, is Koppe nu gedurfder te werk gegaan: een populistische politicus als leidend personage. Want hoewel we slechts flarden van zijn leven meekrijgen – vijftien dagen voor de verkiezingen – zijn de scharen van deze Kreeft scherp neergezet. Zijn ongemak met een publiek leven wordt duidelijk, eveneens als zijn gebrek aan ideologische intenties. Hij is eigenlijk precies zo onschuldig als een zieligerd op de anti-RSI-club die van de pijn geen handen meer kan schudden: ‘Mensen denken dat het uit religieuze overwegingen is, maar ik kan het gewoon niet meer!’ Weinig achterliggende gedachten, maar wel van invloed op de praktijk.

Zichtbaar op Skype


Marien leeft eigenlijk net zo een publiek leven als De Kreeft, want ook zij is voortdurend zichtbaar, zelfs wanneer ze het niet doorheeft; dan blijkt Skype nog aan te staan. En terwijl Marien haar leven op Facebook deelt, slaat de buurman een gat in de muur waardoor ze haar woonkamer letterlijk moet delen. Aangezien Koppe Machiavelli, Montesquieu en Rawls noemt en vluchtig verwijst naar Houellebecq, durf ik hier Michel Foucault te citeren: ‘zichtbaarheid is een valstrik.’ In die valstrik waar privacy ontbreekt zoekt Marien naar veiligheid.

Een te grote hang naar veiligheid; helaas slaat dat ook op de soms clichématige beschrijvingen van Koppe. In thematiek onderscheidt ze zich, maar haar vertelkunst mist subtiliteit. De Kreeft kijkt nog even theatraal naar de vergeet-mij-nietjes in het gazon, alsof het naderend onheil de lezer niet al duidelijk was. Misschien bedoelt ze het licht ironisch, maar dat is te veel van het goede in een boek waarin de personages toch al overdreven aangezet zijn.

Veilig verpakt


Koppe schetst een boeiend portret van een volk met een ‘zeikgen’ dat vooral lijkt te lijden aan onzekerheid. Marien herinnert zich nog precies de dag dat het misging, eerst op school: ‘“Wat sneu voor je” riep iemand anders. “Deze chick is gewoon honderd procent Nederlands.”’ Daarna thuis voor de televisie:

‘Sinds wanneer waren die schoften er eigenlijk? In welke hoeken zaten ze verstopt, en wanneer hadden ze het land overgenomen? En het waren niet alleen die hufters. Het waren ook de instanties, de overheid in het algemeen, de digitalisering, de automatisering, al die zogenaamd goedbedoelde veranderingen. […] Die avond werd de afbraak van Nederland definitief aangetoond. Die avond ging iets kapot wat Marien als kind altijd zo gekoesterd had, het optimisme en het naderend geluk, veilig verpakt als een cadeautje voor later.’

Koppe waagt zich moedig aan actuele thematiek, parallel aan het persoonlijke verhaal van een jongvolwassene voor wie de wereld aan onschuld verliest. Maar Koppe heeft haar ideeën te veilig verpakt. Ze beschrijft te veel, terwijl het stekelige mist, waardoor haar personages niet benauwend noch meeslepend zijn.

Juist de simpele, argeloze nostalgische verlangens van Marien leiden ertoe dat ze zich door de mooie woorden en de moonwalk van De Kreeft laat verleiden. Maar de luchtige toon van Koppe schiet net tekort om gevaarlijk te zijn. Of misschien is De man met de schaar slechts ogenschijnlijk onschuldig?

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.