Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Alleen maar bagger

door Irwan Droog, 22 juni 2011

Van drie tot zes, een prima titel voor de nieuwe roman van Herman Brusselmans. Hij haalt het echter niet bij de titel die Brusselmans’ hoofdpersonage, Willem Zundap, aan zíjn roman geeft: De poncho van mijn moeder. Helaas wordt Zundaps manuscript door de hoofdredacteur van uitgeverij Prometheus bestempeld als ‘kutroman’ (‘Die moeder heeft helemaal geen poncho!’), een afwijzing die het leven van Zundap de zoveelste tragische wending geeft. Geen wonder dat hij zich afreageert op iedereen die hij ontmoet en zijn tijd al vloekend en kleinerend doorbrengt. Zijn baan als radiopresentator biedt hem dan ook de ultieme uitlaatklep voor zijn stortvloed aan al dan niet verzonnen feitjes en gedachtestromen.

Zundap is verlaten door zijn vrouw Arianne, die hun dochter Nina heeft meegenomen en aan wie hij voortaan zeshonderd euro alimentatie moet betalen. Dat eerste is zo erg nog niet: ‘Hij hield toch al niet van Nina.’ De alimentatie heeft echter een grotere impact: ‘Nu kon hij minder boeken en cd’s en vinylplaten kopen.’ Omdat de vrouwen die Zundap na Arianne ontmoet hem niet kunnen bekoren creëert hij zijn ‘droommeisje’ Blue. Dat zelfs zijn imaginaire vriendin er een overspelig karakter op nahoudt is tekenend voor zijn tragiek.

Van drie tot zes lijkt daadwerkelijk ergens over te gaan, maar het plot is slechts bijzaak. Het overgrote deel van de roman bestaat uit bagger, zoals ook de nachtelijke programmering van Zundaps werkgever: ‘Tegenwoordig zenden we ’s nachts alleen maar bagger uit, en ik wil dat daar andere bagger voor in de plaats komt. U krijgt drie uur bagger aangeboden, van drie tot zes in de nacht.’ En als Zundap (in navolging van zijn schepper) iets kan, is het wel bagger spuien.

De gescheiden, semi-impotente en afgewezen auteur Zundap heeft genoeg redenen om ontevreden te zijn. Zijn klaagzangen over de stupide mensheid worden gevoed door het gebrek aan literaire kennis dat zijn conversatiepartners tentoonspreiden. Mensen lezen niet meer, aldus Zundap, behalve ‘millenniumtrilogieën, sprakelozen, eenzaamheden van priemgetallen, verhulstjes en boeken over hoe je godbetert veertig kilo kunt afvallen’.

De droge verteltrant die het werk van Brusselmans kenmerkt heeft ook in Van drie tot zes een komisch effect, waarmee het slappe plot enigszins gecompenseerd wordt. Zo zijn er de nieuwsgierig makende titels die Zundap voor diverse tijdschriften schrijft: ‘Waarom zou je als nieuwe veertiger geen tractor kopen?’, ‘Waarom vrouwen slechtere minnaressen zijn dan andere vrouwen’, ‘Wat als Nabokovs Lolita zesentwintig jaar was geweest?’ Ook blijft het bewonderenswaardig hoe Brusselmans een roman kan vormen van louter absurde mijmeringen en verrassende gedachtesprongetjes, die van het eten van teveel chocola zomaar tot een uiteenzetting over huisdieren kunnen leiden:

’Ik heb toen, en ik wik m’n woorden, gescheten tot ik erbij neerviel. De bruine drab spoot uit m’n kont als het water uit de spuit van de brandweerman die een uitslaande brand onder controle wil krijgen, dankzij z’n vakkennis, z’n ervaring en z’n wilskracht. Was ik maar brandweerman geworden. Geen vuur zou veilig geweest zijn voor mij. Let op, het bestrijden van vuur is niet het enige waar de brandweer zich mee bezighoudt. Hij moet ook optreden bij hevige stormen, aardbevingen, noodlottige natuurverschijnselen en het recupereren van dieren die in een hoge boom zijn geklommen en er op eigen kracht niet meer uit raken. Deze dieren zijn voornamelijk katten, jonge hondjes, vleugellamme vogels, en op een keer, in Destelbergen, een ontsnapte aap. Ik ben erop tegen dat mensen een aap als huisdier houden.’

Ondanks dat Van drie tot zes vooral een eruptie van ongestructureerd geraaskal is, getuigt de bij vlagen genietbare onzin van het uitzonderlijke schrijverschap van Herman Brusselmans. Helaas staat die uniciteit niet per definitie garant voor aanhoudend leesgenot. Ook Zundap zelf wordt moe van zijn eigen pathologische geouwehoer: ‘Ik bazel en bazel, dacht hij, en niemand die het merkt.’ Zoveel gebazel als Van drie tot zes bevat kan echter niet onopgemerkt blijven. Wie eerder al niet door bijvoorbeeld Mijn haar is lang (2009), Kaloemmerkes in de zep (2009) en Trager dan snelheid (2010) heen kwam zal een taaie kluif aan deze nieuwste roman van Brusselmans hebben. Zelfs de welwillende lezer loopt het risico het concentratievermogen kwijt te raken in de chaos van het constant voortkabbelende gebazel.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.