Hans Croiset
Lucifer onder de Linden
(2010)
Cossee
271 pagina's
€ 19,90
ISBN 9789059362932
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
Een Joodse ariër in het hol van de leeuw
door Irwan Droog, 13 juli 2011
De vierentwintigjarige acteur Moritz Akkerman vertrekt in 1935 naar Berlijn om daar zijn eigen rol in een Nederlandse film na te synchroniseren. Zijn vrouw (en collega) Jannetje blijft met hun pasgeboren zoon achter in Amsterdam. Het is maar voor twee weken, zo stellen ze zichzelf gerust, en het levert meer geld op dan Moritz’ werk in Nederland. Hij vertrekt met de bedoeling een nieuwe kinderwagen mee naar huis te nemen. Zijn prioriteiten veranderen echter snel: hij begint een verhouding met de filmster Ilyane, gaat als assistent-regisseur bij een Duitse versie van Vondels toneelstuk Lucifer aan de slag en probeert zich ondertussen staande te houden als Jood in het hart van Nazi-Duitsland.
Moritz, de Joodse ariër
Hans Croiset schetst een realistisch beeld van Berlijn voor de Tweede Wereldoorlog. Hitler is aan de macht en dat is overal aan te zien: het groteske uiterlijke vertoon van de nazi’s uit zich in alomtegenwoordige hakenkruizen en intimiderende parades. Moritz twijfelde al ‘om te gaan werken in een stad waaruit al zoveel mensen zijn weggevlucht’ en ziet zijn angsten bevestigd door de bordjes ‘Juden nicht erwünscht’. Zijn functie bij het Staatstheater biedt hem weliswaar bescherming, maar vooral zijn uiterlijk fungeert als dekmantel: hij wordt door zijn (donker)blonde haar en blauwe ogen voor raszuivere ariër aangezien. Dit levert Moritz een welkome bewegingsvrijheid op, maar niet zonder morele dilemma’s. Zo verzwijgt hij niet alleen zijn relatie met Ilyane voor zijn vrouw, maar ook zijn Joodse afkomst voor Ilyane.
Ilyane, de vervangende actrice
Moritz raakt vanaf de eerste opnames in de ban van Ilyane (die de stem van Jannetje nasynchroniseert, en die als minnares van Moritz ook op andere fronten voor haar invalt). Evenals hij raakt de levendige filmster verstrikt in innerlijke conflicten: aan de ene kant is ze fel tegen het nazisme, dat haar collega’s en vrienden dwingt het land uit te vluchten of onder te duiken, maar aan de andere kant luncht ze in het gezelschap van Adolf himself. Haar geliefde aanwezigheid als beroemdheid stelt haar in staat bepaalde vrijheden te verwerven voor het theater en haar vrienden. In het zoeken naar een balans tussen verzet en veiligheid neemt ze Moritz onder haar vleugels, maar de uitzichtloosheid van zowel het artistieke milieu onder het nazisme als de affaire van de twee collega’s groeit mee met hun liefde, die ondanks de omstandigheden groter blijft worden.
Lucifer, de naïeve duivel
Behalve de onstuimige affaire en het politieke decor loopt Vondels Lucifer als rode draad door de roman. Moritz is aangenomen om zijn commentaar te geven op de vastgelopen voorbereiding van het stuk en probeert op advies van zijn Nederlandse vrienden een stem van protest door te laten klinken in zijn aanpassingen:
’Jij kunt in die brandhaard, laat me uitpraten, je kunt er iets laten zien wat intelligente Duitsers de ogen zal openen of waar ze in het slechtste geval geen raad mee zullen weten. Jij kunt met onze eigen Amsterdamse Lucifer aantonen wat er met dat land gebeurt, welk risico het loopt wanneer het op deze manier verdergaat met onrust stoken.’
Zo moet Moritz laten zien hoe ‘naïevelingen duivels kunnen worden’. Hij heeft de baan echter vooral aangenomen om langer bij Ilyane te kunnen blijven, waardoor zijn protesten wat halfbakken blijven aanvoelen. Interessanter zijn de parallellen die Croiset legt tussen de situatie in Berlijn, Vondels Lucifer en Goethes Faust. Zijn kennis van de toneelwereld komt daarnaast tot uiting in het personage Ödön von Horváth en de vele vermeldingen van andere figuren uit het contemporaine culturele leven, die mede verantwoordelijk zijn voor de tijdsgetrouwe sfeer die het boek uitademt.
Berlijn, een ruïne in wording
Moritz wordt bij vlagen overvallen door visioenen waarin hij Berlijn ziet instorten. Deze afwijkingen van Croisets realistische verteltrant zijn welkome onderbrekingen van de verhandelingen over Vondel en de morele mijmeringen van Moritz:
’Hij neemt gehoorzaam de U-bahn en komt achter de kerk op de Gendarmenmarkt weer boven de grond. Daar ziet hij tegen het felle winterlicht in de zuilen van het theater weer instorten, nu niet achter hem, maar vlak voor zijn neus, ze knakken als luciferhoutjes, hij moet stil blijven staan op de trap, de brokken rollen om hem heen de kraters in, die door het bonken van zijn hoofd in de grond zijn geslagen.’
Deze onheilspellende zinsbegoochelingen sleuren Moritz hardhandig van zijn roze wolk terug de sombere realiteit in. Zijn neef Ari, die als geluidstechnicus mee op reis is, laat zich minder afleiden van zijn doel: hij is onderdeel van een ondergronds netwerk dat Joodse kinderen helpt om het land te ontvluchten. Deze subplot verdwijnt naar de achtergrond naarmate de opvoering van Moritz’ toneelstuk nadert, terwijl de uitwerking daarvan urgenter aanvoelt dan de vraag of Moritz nog wel teruggaat naar Jannetje en of de opvoering van ’Luzifer’ doorgang kan vinden. De naderende oorlog blijft echter subtiel zijn verstorende invloed uitoefenen op het toneel en de liefde van de hoofdrolspelers, zodat er ondanks een overdaad aan toneel een attractief samenspel tussen de verhaalelementen ontstaat.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



