Yolanda Entius
Het kabinet van de familie Staal
(2011)
Cossee
222 pagina's
€ 18.90
ISBN 9789059363069
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
Het spartelende gevecht tussen lot en toeval
recensie van Rakelings
Filmische structuur niet noodzakelijkerwijs een pré
recensie van Alleen voor helden
andere recensies
Tirannie en littekens
door Lies Journée, 21 juli 2011
Kobe Staal is een kleine man die denkt dat hij groot is. Door de zonnebril die permanent op zijn neus staat kan hij de mensen zien, maar zij zien hém niet. De donkere glazen maken hem onaantastbaar. Kobe staat aan het hoofd van het gezin Staal, bestaande uit zijn vrouw Muis en hun drie dochters Do, Ilse en Mees. Er was nog een zoon, Wurm, maar die is gestorven als baby. Over hem wordt sinds zijn dood niet meer gepraat: het is beter om over die dingen te zwijgen. Met haar vierde roman schreef Yolanda Entius een ontroerend, schrikbarend familiedrama.
Als Kobe en Muis elkaar ontmoeten in het Den Haag van de naoorlogse jaren vijftig, stemt zij al snel in om met hem te trouwen, ondanks haar twijfels en het protest van haar ouders. In het huwelijk van Kobe en Muis geldt slechts één regel: Kobes wil is wet. Een beledigde Kobe dwingt haar het contact met haar ouders te verbreken. Een woeste Kobe wil geen woord vuil maken aan de dood van hun drie weken oude zoontje. Muis mag niet huilen, Muis mag niet praten of zelfs denken over zaken die een gevoelige snaar raken.
In Het kabinet van de familie Staal wordt op fragmentarische wijze een gezinsleven geschetst, bezien vanuit het perspectief van de jongste telg van het gezin, Mees Staal. Mees en haar zussen groeien op in een sfeer van permanente onderdrukking, veroorzaakt en gedicteerd door een tirannieke vader die zijn agressie niet onder controle kan houden. Van hun moeder leren ze om voortdurend op hun hoede te zijn, op hun tenen te lopen en vooral hem niet op een verkeerde manier te prikkelen. Al op jonge leeftijd weten Do, Ilse en Mees hoe ze zich onzichtbaar moeten maken; als Kobe het gezin vloekend naar hun vakantiebestemming rijdt, liggen zijn dochters letterlijk plat op de achterbank. De zeldzame keren dat Kobe moet lachen, giechelen ze dankbaar mee. Doodsbang zijn ze voor hun vader, die in zijn houding wordt gesterkt door de onderdanigheid van hun zwijgzame moeder.
In een op chronologische volgorde gepresenteerde aaneenschakeling van scènes, zoomt Entius in op de momenten die de moeilijke jeugd van Mees en haar zussen niet alleen illustreren, maar die ook bepalend zijn voor hun volwassen leven. Zus Ilse groeit op tot een labiele vrouw, en ze ontdekt dat ze lesbisch is. Kobe beschouwt haar geaardheid als een regelrechte belediging aan zijn adres, een opvatting die overigens door Muis wordt ondersteund (‘Hoe had Kobe deze bekentenis anders op moeten vatten?’). Resultaat is een zelfmoordpoging van Ilse, die haar in een psychiatrische inrichting doet belanden. Even schokkend als typerend is de reactie van Muis op het gebeurde: ‘“Het is verschrikkelijk en het bewijst maar weer eens hoe moeilijk het is om gelukkig te worden als je zo bent als Ilse.”’ Entius toont hier een duistere zijde in het karakter van moeder Staal, die je aanvankelijk ook als slachtoffer beschouwde. En de vraag wie verantwoordelijkheid draagt voor de koers die het gezin vaart en heeft gevaren, tekent zich steeds duidelijker af: je verschuilen achter een ander is ook een keuze. Muis zwijgt. En wie zwijgt, stemt toe.
Mees ontwikkelt een eigen levensvisie, waarbij haar grenzeloze fantasie haar blik op de wereld verrijkt. Dat is bedreigend voor Kobe, die slechts geïnteresseerd is in de werkelijkheid en die alles wat daarbuiten valt flauwekul vindt. Kobe is bang om te dromen. Hij is ook bang voor Ilse, die in haar periodes van psychische inzinking in een andere wereld lijkt te leven. In het gezin Staal, waar over niets gepraat mag worden, wordt Mees’ enorme voorstellingsvermogen steeds bevraagd. Bestaat er nu wel of niet een overleden broer die Wurm heet? Door de dingen waarover Mees in het ongewisse wordt gelaten te onderwerpen aan haar fantasie, krijgen ze een plek in haar leven. Op deze manier krijgt ook Wurm een stem. Hij die altijd is doodgezwegen wordt nu een mens van vlees en bloed. Een geniale zet van de schrijfster, die daarmee een imaginaire wereld creëert binnen de werkelijkheid en laat zien hoe de grens daartussen niet altijd even strak te trekken is. Tijdens het enige bezoek dat Mees aan haar broer brengt, geeft de jongen tekst en uitleg over zijn lotsbestemming in die andere werkelijkheid.
‘“En wat is mijn plaats van bestemming?” vraag ik. […] Blijf ik bij jou, of moet ik nog ergens heen?”
Hij schudt zijn hoofd. “Je kan hier zeker niet blijven.”
“Waarom niet?”
“Dit hier is alleen voor abortussen.”
“Abortussen?!?” Ik grijp naar mijn buik. “Maar jij bent toch geen abortus.”
“Nee, nee, dat ben ik ook zeker niet, maar ze hebben een fout gemaakt, met mij hebben ze ook een fout gemaakt. Omdat ze even dachten dat er opzet in het spel was, te hard geschud misschien, en op die heel jonge leeftijd word je dan op één hoop met de abortussen gegooid. Dat stamt nog uit de middeleeuwen. En ik heb ze al honderd keer gezegd dat ze daar eens iets aan moeten doen, maar ze zijn hopeloos bureaucratisch hier en aartsconservatief. En toen ik ze verzekerde dat het niet zo was, tenminste, dat als er al iemand iets met opzet had gedaan ik dat vermoedelijk zelf was geweest, kon ik weer niet bij de zelfmoordenaars worden ingedeeld, omdat ik daar te jong voor was. Dus bleef het bij de abortussen.”
“En wat betekent dat?”
“Dat betekent dat ik voor eeuwig moet blijven. Ik heb allerhande taakjes.”’
Juist in een verhaal dat je niet zonder verbijstering en afschuw kan ervaren, is het knap en bewonderenswaardig dat Entius nergens kant kiest, maar zich juist beperkt tot observatie en registratie. Het zijn het ik-perspectief van Mees en in geringe mate het personale perspectief van Muis die het verhaal bepalen. Met een typerende stijl, onopgesmukt en uitermate direct, weet Entius grote emoties op te roepen. Hetzelfde effect wordt bereikt door diepe wrok in de familie te openbaren aan de hand van ogenschijnlijke onbeduidendheden. Zo heeft de auto waarin je rijdt invloed op de waardering die Kobe voor je op wil brengen.
‘Kowalsi en ik waren op weg naar Spanje. […] Voor de gelegenheid had hij voor vierhonderd gulden een hoogbejaarde oranje Opel gekocht. […] Met z’n allen stonden we voor het raam van Ilses flat naar het Opeltje te kijken. Het was overduidelijk een barrel, van tweehoog was niet te zien waar de lak ophield en waar roest en menie begonnen.
“Tja,” zei Kobe grinnikend, “je rijdt of in een dure auto, of in een oud lijk. Alles wat daartussen zit is niks.”
Hij zei het niet met zoveel woorden, en misschien bedoelde hij het ook niet zo, maar wat Do erin hoorde was dat de auto van haar en Henk, een halfuur eerder door Kobe weer eens smalend een middenklasser genoemd, niks was.’
Vol gevoel en met een grote dosis humor beschrijft Entius een aan psychische mishandeling onderworpen jeugd en de effecten daarvan in het volwassen leven, zonder dramatisch te worden. En te allen tijde blijft ze geloofwaardig. Het kabinet van de familie Staal is een boek dat overtuigt. Zonder meer een van de literaire verrassingen van 2011.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

(4/5)


