Walter van den Broeck
Een vrouw voor elk seizoen
(2011)
De Bezige Bij
255 pagina's
€ 25,50
ISBN 9789085423195
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
De veilingmeester en het mysterie van de misdruk
recensie van De veilingmeester
recensie van Terug naar Walden
De economische crisis (langs omwegen) verklaard
recensie van Terug naar Walden
Schaduwjury Libris 2010 van start
opiniestuk
Literatuur van formaat in een klein speelveld
opiniestuk
andere recensies
Er staat niet altijd wat er lijkt te staan
door Karin de Leeuw, 12 september 2011
Yolanda ligt in bed naast haar minnaar Maarten. Hij snurkt. De hele avond is hij bezig geweest met het componeren van zijn eeuwig onvoltooide Traubensonate. Voor Yolanda heeft hij geen aandacht gehad. Ze ligt daarover wat te mokken in het benauwde bed. Als ze even later weg probeert te glippen naar Gerard, die in een luxe nachtclub op haar zit te wachten, wordt Maarten echter wakker en maakt een scene. Een half uur te laat arriveert ze bij haar andere lief, brengt zíjn slechte humeur tot rust door uitdagend gedrag om vervolgens, samen met hem, de spot te drijven met Maarten.
Zo begint één van de zeven verhalen in de nieuwe bundel van de Vlaming Walter Van Den Broeck (1941). Een vrouw voor elk seizoen heeft hij het boek genoemd en de verhalen hebben ieder een vrouwennaam als titel. In het verhaal ‘Yolanda’ beschrijft het leven van een lerares die van twee mannen houdt. De relationele problemen, de gesprekken en de alledaagse beslommeringen worden naast elkaar geschetst. De ingrediënten zijn er, maar het wordt geen stuk om van te smullen, al is de ontknoping verrassend.
In een ander verhaal, Marie & Ella heet het, gaat het over twee serveersters in een Akens etablissement net na de Eerste Wereldoorlog. De meisjes trachten te ontsnappen aan de armoede en ontreddering van het verwarde Duitsland van hun tijd. Ze werken in het Speisehaus van Cornelis Hillmann. Daar is steeds voldoende te eten. Voor de klanten, maar ook voor de dienstertjes en hun families. Dat is belangrijk in een land met oorlog en vervolgens inflatie. De verloedering heerst alom. Het eten dat via zwarte handel betrokken moet worden, de vader die drinkt, de broer die helemaal niet wil deugen, zijn er allemaal tekenen van. De meisjes zoeken hun weg en naaien in hun vrije tijd fraaie jurkjes, waarin ze vervolgens contacten leggen met de Belgische militairen in het Speisehaus, soms met ongewenste gevolgen. Uiteindelijk is het dan ook een man die een bres slaat in de solidariteit tussen de meisjes. Het verhaal spitst zich toe op een avond waarop Ella met haar Belgische amant heeft afgesproken en Marie op haar kind zal passen.
Walter Van Den Broeck brak in 1980 door met zijn boek Brief aan Boudewijn. Daarin biedt hij de toenmalige koning een denkbeeldige rondleiding aan in zijn huis. Zo schildert hij de Kempen en zijn Vlaamse leefwereld. Het boek bevat elementen die je terugziet in Een vrouw voor elk seizoen: beide boeken maken juist door de beschrijving van details de elementen zichtbaar van de alledaagse geschiedenis van gewone mensen. Die staat vaak lijnrecht op de officiële visie op de gebeurtenissen.
Van Den Broeck lijkt daarmee te treden in de voetsporen van Louis Paul Boon en Hugo Claus, die bekend waren om hun sociaal realisme. Wie zijn verhalen leest, ziet echter dat hij eerder aansluit bij een grote voorganger als Hubert Lampo en diens magisch realisme. Er staat vaak net iets anders dan er lijkt te staan. De man van Yolanda is haar minnaar en haar minnaar is de vader van haar kinderen. En zo zijn er meer onverwachte wendingen. Ze zijn echter niet allemaal even sterk.
Meer dan over vrouwen gaat de bundel over menselijke relaties. Daarbij is het niet altijd het leven van de vrouw wier naam de titel is van het verhaal. Het stripteasedanseresje Krimhilde van het openingsverhaal bijvoorbeeld blijft een flat character. We komen over haar niet meer te weten dan de beschrijving van de act die ze iedere avond opvoert in de bar waar ze werkt. De rest van het verhaal gaat over een groepje mannen, familie van elkaar. Zo af en toe gaan ze een avond uit. Deze keer hebben ze de stripteasetent gekozen en hebben ze hun (schoon)vader meegenomen. Die willen ze provoceren door hem te betrekken bij een optreden van Krimhilde. Wat daarna volgt behoort tot de categorie ‘familiemythologie’. Uitgerekend voor de vrouw wier naam Van Den Broeck niet noemt, richt hij in dit verhaal een monument op wanneer hij haar beschrijft. In haar nachtjapon, met krulspelden in het haar, ontsluit zij de achterdeur wanneer de mannen terugkeren van hun avond uit.‘Iemand nog een pekelharing?’ Vraagt ze. ‘Dat smaakt af na al die flauwe cider uit die hoerenkot’.
Als Van Den Broeck het verhaal daar nu had laten eindigen, was het goed geweest. Helaas doet hij dat niet. Er volgt nog een alinea. Het is te veel. Het verwoordt, net als de merkwaardige loftuiting op moeder en partner aan het begin van het boek, wat de verhalen, zonder woorden had moeten oproepen.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



