Steven van Watermeulen
Landschap tussen alles of niets
(2011)
De Geus
192 pagina's
€ 18,90
ISBN 9789044510645
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
Een verdwaalde toneelspeler
door Emeraude van Deenen, 19 oktober 2011
Wat gebeurt er als een toneelspeler de realiteit uit het oog verliest en geen onderscheid meer kan maken tussen de fictieve rollen die hij speelt en de werkelijkheid van zijn eigen leven? Dat laat Steven van Watermeulen zien in zijn roman Landschap tussen alles of niets. De naamloze ik-persoon neemt de lezer mee op een tocht door zijn – letterlijk en figuurlijk – theatrale leven.
Theateracteur Van Watermeulen schreef eerder twee romans met zijn partner Oscar van den Boogaard, onder de pseudoniemen Emmanuel Lipp en Pearl Sweetlife. Met deze eerste zelfstandige roman, onder zijn eigen naam, schrijft hij een verhaal dat veel dichter bij hemzelf lijkt te staan dan de eerdere romans. Dit wordt duidelijk door toespelingen op het leven van de auteur die in de tekst worden gemaakt. Zo worden zowel Emmanuel Lipp als Pearl Sweetlife genoemd in Landschap tussen alles of niets. Ook is er een aantal veelzeggende voetnoten, waaronder de volgende:
‘De auteur en de-man-die-hij-langzaam-minder-goed-wil-leren-kennen, die op het ogenblik van deze voetnoot in het bed van het paardenhaar slaapt, hebben onder het vrouwelijke pseudoniem Pear Sweetlife een kasteelroman Zeeduivel voor Amalia geschreven.’
Hier wordt gesuggereerd dat de grote liefde van het hoofdpersonage, die doorgaans jou-die-ik-langzaam-minder-goed-leer-kennen wordt genoemd (verwijzend naar een uitspraak tijdens de eerste ontmoeting), niemand minder dan Oscar van den Boogaard is en dat het hoofdpersonage de auteur zelf voorstelt. Door verwijzingen naar de realiteit ontstaat er een vergelijking tussen de hoofdpersoon en de schrijver: het toneelspelende hoofdpersonage gaat op in de rollen die hij speelt zoals fictie en werkelijkheid in de roman door elkaar heen lopen. De lezer wordt gedwongen zich continu bewust te zijn van de onbetrouwbaarheid van de verteller.
Een voorbeeld hiervan zien we in de scène waarin het hoofdpersonage de tiende dag van de theateropleiding van de befaamde ‘Oma Kip’ beschrijft. Zij vraagt hem om zijn jeugd uit te beelden. Daarop geeft hij een optreden – hij neemt de groep mee op een tocht door de school – waarmee hij diepe indruk maakt op zowel Oma Kip als op zijn medestudenten. Maar dan, aan het einde van de beschreven herinnering, komt de lezer erachter dat de opvoering slechts een product van de fantasie van het hoofdpersonage is:
‘Niets is echter minder waar. De tocht naar moerbeiboom heb ik niet durven maken. Ik weet niet eens of die wens zich werkelijk aan mij geopenbaard heeft. In plaats van die heroïsche tocht probeer ik mij uit te sloven in geoefende eerlijkheid. Om het theatrale in mij alle kansen te geven.’
Door dergelijke, vervreemdende passages waarin niet meer geheel duidelijk is wat het personage werkelijk beleeft en wat er zich slechts in zijn hoofd of op het toneel afspeelt, word je als lezer aanhoudend uitgedaagd om een realistische constructie van de geschiedenis in de roman te maken. Wat gebeurt er in de verhaalwerkelijkheid en wat vindt er slechts plaats in het hoofd van de acteur? Het levert een vreemd soort mysterieuze spanning op.
De complexiteit van de vertelsituatie wordt aangevuld met een even complex plot. Na het afronden van zijn opleiding blijft het hoofdpersonage onder de hoede van theatermoeder Oma Kip: hij trekt bij haar in, samen met Ferrari en Zwarte Pen (ook wel Camel Kraai genoemd). Later trekt de Argentijnse Alano L. Lama, de toenmalige geliefde van het hoofdpersonage, ook bij hen in. De bewoners van het ‘arendsnest’ onderhouden ongezond ogende relaties met elkaar, en hun leefwijze heeft misschien het meeste weg van een kleine hippiecommune. In de roman vinden vele obscene gebeurtenissen plaats, zoals wanneer de inwijding van het hoofdpersonage op de toneelopleiding plaatsvindt:
‘Met z’n drieën hebben ze me ingesloten. Ik kan geen kant meer op. Grijpgrage vingers betasten me overal. Kip kan Haar lippen niet van me afhouden. Handen zitten onder mijn kleren, een vinger glijdt in mijn kont. Een scherpe pijn schiet in mijn onderrug. Verlaines gouden ring maakt waarschijnlijk een smerige wond. Ik word door de geslachtsloze engel Gabriel genomen. Zijn bril vol honing valt stuk op de grond. Hij zegt: “in welke hel is onze glimmende kerstbal nu terechtgekomen?”’
Naast dergelijke homo-erotische passages, beschrijft het hoofdpersonage zijn verslaving aan seksdates die hij – in het bijzijn van Oma Kip – organiseert op homo-ontmoetingsplaatsen en eindigt de roman op de huwelijksdag van het hoofdpersonage en zijn grote (mannelijke) liefde. Opvallend is dat de beeldvorming omtrent het onderwerp in de roman niet zeer positief is, mede door de expliciete seksscènes die, zoals te zien is in bovenstaand citaat, een wat pervers karakter hebben en niet altijd even aangenaam om te lezen zijn. De Argentijnse partner van het ikpersonage lijdt bovendien aan de negatief stereotypische ziekte aids.
Juist omdat Landschap tussen alles of niets de indruk wekt zeer dicht bij het werkelijke leven van de auteur te staan, komt deze negatieve indruk onverwacht. Het is moeilijk om de seksscènes niet op de auteur te projecteren: Van Watermeulen maakt hiermee zijn roman tot een provocatie. Een provocatie overigens die veel van zijn kracht verliest door het gebrek aan werkelijkheidsbesef van het hoofdpersonage; de expliciete scènes worden veilig omhuld door de aanwezigheid van een ongeloofwaardige verteller. Hierdoor wordt de link met de auteur verzwakt en rest er slechts de suggestie.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



