Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

De lotgevallen van Walter Cosijn, priester in wording

door Irwan Droog, 24 oktober 2011

In het rooms-katholieke zuiden van Nederland is het (anno 1950) gebruikelijk dat één jongen uit een groot gezin priester wordt. In het gezin Cosijn is Walter die uitverkorene: op het klein- en grootseminarie voegt hij zich bij zijn lotgenoten om klaargestoomd te worden voor het vak. ‘Later’, wordt de groep jongens verzekerd, ‘zouden zij allen, geen één van hen uitgezonderd, met onbegrip terugkijken op de onwetendheid van vandaag.’ Dat dit onbegrip van later meer betrekking zal hebben op de opleiding dan op de eigen onwetendheid, is voor de lezer geen verrassing, maar voor Walter komt de schok hard aan. Daniël Rovers heeft Walters groeiende ontsteltenis overtuigend opgetekend in Walter, een uiterst realistisch aanvoelende roman.

Zoals het hoort

Walter is een wat naïeve jongen – of misschien eerder goedgelovig. Hij ontbeert de kritische houding die in veel van zijn klasgenoten zorgt voor het vroegtijdig verlaten van het seminarie. Walter denkt slechts in termen van wat hem geleerd is, zelfs tijdens een zeldzame ontmoeting met een meisje: ‘Haar gelaat verkleurde iets, wat blozen werd genoemd; de kleur die sommige vrouwen met een kwastje aanbrengen, maar dan heet het rouge.’ Het is datzelfde blozende meisje, Dymph, dat hem confronteert met zijn smalle blikveld:

‘Jij ziet volgens mij vooral woorden: allemaal kleine lettertjes die op je pupillen zijn getypt. Het typelint zit achter je ogen, de letterhamertjes doen hun werk, ze komen neer al voordat je om je heen hebt kunnen kijken.’

Ondanks dat Dymph hier de zaden van Walters latere twijfels plant, rondt deze zijn opleiding af zoals het hoort. De onzekerheid slaat pas echt toe wanneer de diakenwijding in het vooruitzicht ligt. Walter stelt het priesterschap voorlopig uit en gaat als assistent aan het werk, maar komt er al snel achter dat zijn roeping ergens anders ligt.

Jezus Christus!

Rovers, die de personages in zijn debuutroman Elf zo meticuleus schetste aan de hand van hun eigenaardigheden, stapt in Walter af van dergelijke uitgebreide karakterschetsen. Het zwaartepunt ligt meer in de achtergronden waartegen de karakters zich bewegen. Zo voorziet de auteur elk hoofdstuk van een foto (waarvan enkele op groter formaat op Rovers’ website te zien zijn), en voegt hij diverse krantenknipsels in die de tijdsgeest verder illustreren. Zijn beschrijvingen maken de sfeer compleet, zoals in deze passage over de fotografeerbaarheid van Parijs:

‘Met iedere stap op de stoep wilde Noel een foto nemen, want door deze stad stroomde een onzichtbare rivier van fotografie. Aan de overkant stond het rode molentje – als op een carnavalswagen – met de lichtgevende letters Moulin Rouge erop. Een donkerblauwe stadsbus reed voorbij, waarvan de velgen vonkend langs de stoeprand schuurden. Uit een geparkeerde limousine van het merk Citroën stapte een man met glimmende lakschoenen. De kastanjebomen hadden afbladderende basten. Een vrouw met mondain lippenrood liet een brandende sigaret uit haar linkerhand vallen; twee schooljongens in korte broek hielden elk een gebonden boek in hun hand, ze liepen over de letters FLN, met witte verf op de rand van de straat geschreven; er had zich een halo van spuugklodders omheen gevormd.’

Ook mooi is de subtiele humor, die af en toe onverwachts de kop opsteekt. Bijvoorbeeld wanneer Walter de naam Voltaire hoort, en zijn normaliter betrouwbare kennis hem even in de steek laat: ‘Voltaire, de uitvinder van de kilovolt.’ Of wanneer zijn oom, in zijn voorbeeldrol als priester, Walter meeneemt in zijn Volkswagen ‘Zwartje’ en ze bijna verongelukken:

’Heeroom moest lachen om zijn eigen grap en schudde op zijn chauffeursstoel, een baal hooi op een hooiwagen. Maar het lachen werd hoesten en de sigaar verdween zowat in zijn keel. Hij kokhalsde en de sigaar viel naar de bodem van de wagen. Het Zwartje maakte een zwenking en bijna reden ze de andere weghelft op. Heeroom riep de Here Jezus aan, maar had de wagen snel weer onder controle.’

Uitblinkend in de details

Walter maakt de frictie tussen de veranderende tijdsgeest en de dogmatische, conservatieve Kerk invoelbaar via de tussen de wal en het schip vallende hoofdpersoon. De andere personages staan vooral in dienst van de enscenering, de genoemde achtergrond waartegen Walter zelf gevormd wordt, waardoor ze niet zo volledig tot wasdom komen als de aimabele Brusselaren uit Elf. Dat ogenschijnlijke bezwaar is echter geen probleem gezien de insteek van de roman: Walter tracht voorbije tijden te laten herleven, en slaagt daar volledig in. De belevenissen van de jongens op het seminarie lijken zo uit de realiteit geplukt en het geschetste tijdsbeeld voelt in al zijn facetten authentiek aan.

Een roman over een jongen die opgeleid wordt tot priester in de jaren vijftig en zestig klinkt wellicht weinig spannend, en de keuze voor het onderwerp ligt dan ook niet voor de hand. Het is dan ook eerder originaliteit dan spanning die Walter te bieden heeft. Dankzij de kracht die vooral in de detaillering te vinden is – details van de omgeving, het tijdsbeeld en Walters gestaag groeiende besef van identiteit – houdt de roman de aandacht vast tot na de laatste zin.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.