Karin Amatmoekrim
Het gym
(2011)
Prometheus
220 pagina's
€ 17,95
ISBN 9789044617191
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
andere recensies
De Twentsche courant Tubantia
Caraïbische letteren
Alles over kunst
Deadline
'Jullie zijn zo één met de natuur, hè?'
door Irwan Droog, 31 oktober 2011
Zie ook de voorpublicatie op Athenaeum.nl.
De Surinaamse Sandra Spalburg woont in een achterstandswijk. Anders dan haar vriendinnen gaat ze naar het gymnasium: ‘Als je een beter leven wilt, moet je daar zelf voor zorgen’, zo luidt het motto van haar moeder. Het gym gaat over de confrontatie tussen deze twee verschillende milieus. Karin Amatmoekrim schetst in haar vierde roman een beeld van de hindernissen die Sandra moet nemen om zich in beide werelden te kunnen handhaven. Amatmoekrim verslaat complexe materie in eenvoudige bewoordingen, een tegenstelling waarin zowel de sterkte als de zwakte van het boek ligt.
Van de wijk naar het dorp
De gemeente waarin Het gym plaatsheeft, is opgesplitst in drie delen. In de wijk wonen de arme mensen, in het dorp de rijke. In de derde, de stad, ‘woonden de mensen die genoeg geld hadden om niet in de wijk te hoeven wonen, maar die ook niet welvarend genoeg waren om een huis in het dorp te kunnen betalen.’ Terwijl haar moeder probeert rond te komen van een uitkering en een cursus volgt om te kunnen gaan werken, tracht ‘wijkenaar’ Sandra te overleven tussen de ‘raskakkers’.
Al valt ze met haar donkere huidskleur op tussen alle blanke (of witte: ‘Als ik zwart ben, ben jij wit. Ja toch?’) leerlingen van het gym, dat maakt haar geen unicum. Door de gangen loopt bijvoorbeeld ook een ‘geadopteerde neger’, die ondanks zijn kleur ‘gewoon een rijke kakker’ is. Toch speelt discriminatie een rol: met name klasgenoot Bart Wellink strooit met racistische grapjes en beledigingen. Sandra maakt naast deze vijand echter ook vriendinnen, die vooral geïntrigeerd zijn door alles dat anders aan haar is. Door hun goede bedoelingen heen duiken ook de nodige vooroordelen op. Hockeymeisje Mirte geeft een voorbeeld: ‘‘‘Ik weet zéker dat jij goed kan dansen,” zei ze. “Dat kunnen jullie toch allemaal?” Ze deed iets raars met haar heupen en zei: “zo doen jullie dat toch?’’’
‘Jouw volk is echt nog heel oer’
De reacties op Sandra’s aanwezigheid wringen aan alle kanten. Ze wordt zowel aangevallen als geprezen om haar afkomst, terwijl die niets over haar als persoon zegt. Haar zoektocht naar identiteit, die voor een scholiere op de rand van de puberteit al lastig genoeg is, wordt er zo niet makkelijker op.
Anders dan Sandra’s complexe situatie, is de taal van de roman eenvoudig. Amatmoekrim schrijft dicht op de belevingswereld van een dertienjarige, waarmee de uitdaging van de roman niet in het talige ligt. Korte zinnen doen zonder opsmuk verslag van de dertienjarige scholiere en hoe die haar lot in eigen handen neemt. Daarmee schrijft de auteur tegen de literatuur in waar Sandra’s leraar Nederlands over vertelt:
‘Het waren schrijvers die ze niet kende maar die hij heel belangrijk vond. Het waren sombere boeken. Dat vond ze wel leuk. Het ging over jongemannen die opgroeiden. En dat het dan allemaal tegenviel, met het leven en de verwachtingen die ze ervan hadden.’
Met deze tegenstem bekritiseert de auteur niet alleen de traditionele literaire canon, maar onderstreept ze ook kritieken die (vanuit het postkolonialisme) zijn geuit op de stereotypering van ‘de ander’ door vooral westerse auteurs. Dit blijkt nog duidelijker uit de woorden van de moeder van Mirte, die illustreren hoe een vertekend beeld van een cultuur een misplaatst stempel op een persoon kan drukken:
‘Haar stem was zacht toen ze zei: “Jullie zijn zo één met die natuur, hè. Jouw volk is echt nog heel oer. Mooie, mooie mensen. Dat zijn jullie toch.” En ze bleef haar aanstaren, alsof ze nog iets van haar wilde.’
Puberale perikelen
De thematiek van Het gym werpt weliswaar een verhelderend licht op de multiculturele samenleving en het opgroeien daarin aan het eind van de twintigste eeuw, inhoudelijk blijft de roman soms steken in de ontluikend puberale belevenissen van de jonge Sandra. Het is goed om te lezen dat ze voor zichzelf op leert komen, dat haar schrijftalent wordt ontdekt en dat ze nieuwe vriendinnen maakt, maar haar eerste verliefdheid, haar eerste zoen en haar eerste schoolfeest zijn minder interessant als je niet meer zelf in de brugklas zit:
‘Ze dansten een paar nummers achter elkaar en de andere meiden kwamen er ook bij staan en het was heel gezellig. Het was toch niet zoals van de zomer op het strand, dacht Sandra bij zichzelf. Want ze danste toen ook wel eens met jongens op langzame muziek. Maar zo dicht als ze net bij Dirk Jan was, zo dicht was ze nog nooit bij een jongen geweest.’
Het feit dat die gebeurtenissen in de schaduw staan van Sandra’s bijzondere positie op het gym, ontvangen als noviteit en gepresenteerd als bezienswaardigheid, relativeert het triviale karakter van haar prepuberale perikelen. Ondanks de weliswaar geestige maar erg eenvoudige taal heeft Amatmoekrim met Het gym een uitdagende roman geschreven, die standhoudt door haar onaflatende kritische benadering van alle betrokkenen.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



