Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

De degens gekruist

door Esther Meijer, 1 november 2011

Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs 2011 schaduwjury
Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog reist Janna, een lichtelijk naïef Maastrichts meisje, naar landgoed Raeren bij Aken. Hier oefent ze zich onder leiding van herr Egon von Bötticher, een vroegere vriend van haar vader, samen met een bloedmooie tweeling in het schermen. Tijdens de lessen valt Janna halsoverkop voor haar maître en ontrafelt ze langzaam diens verhulde verleden, terwijl de Duitse politieke onrust beetje bij beetje het afgesloten landgoed binnensijpelt.

De Nederlandse maagd is de tweede roman van Marente de Moor, een slaviste die jaren heeft doorgebracht in Rusland en tegenwoordig woonzaam is in Zuid-Limburg. Het is dan ook niet vreemd dat Janna’s verhaal zich afspeelt in deze omgeving. Is er een betere manier om de spanningen tussen het opkomende nazi-Duitsland en het nerveuze Nederland te illustreren dan ons door Janna’s ogen Kerkrade te laten zien, dat door de grens letterlijk in tweeën wordt verdeeld?

De geladenheid die in de lucht hangt, wordt naarmate het verhaal vordert steeds prominenter. In eerste instantie lijkt het landgoed vrij te zijn van het nationaalsocialisme, totdat Heinz, die samen met zijn vrouw Leni de huishouding doet, in een beschonken bui uitvalt tegen von Bötticher, die niets moet hebben van ‘die communistenpraat’. Vervolgens komt een genootschap Duitse schermers, van wie het gros de Führer welgezind is, op bezoek om de Mensur te beoefenen, een schermduel waarbij het de bedoeling is jezelf te overwinnen, maar vooral een wond in het gezicht op te lopen: een zogenaamde ‘Schmiss’, die men beschouwt als ereteken. De komst van deze schermers brengt een zekere commotie teweeg op het Raeren, en niet alleen vanwege de voorbereidingen die getroffen moeten worden: de spanning tussen de beide partijen is te snijden.

Intussen vindt Janna een lade vol stoffige, vergeelde brieven, waarin de geschiedenis tussen von Bötticher en Janna’s vader Jacq, een arts, uit de doeken wordt gedaan. De twee waren vrienden in de Eerste Wereldoorlog, toen von Bötticher gewond raakte en Jacq hem verzorgde. De huzaar neemt hem dit echter niet in dank af: hij heeft zijn eer verloren en beschouwt zichzelf nu als lafaard, waardoor hun vriendschap niet langer bestaat.
In de roman wisselt De Moor het verhaal af met (fragmenten van) deze brieven. Helaas is dit stoffige geheim lang niet zo duister als de bedoeling is en geeft het de personages niet de diepgang die ze wel degelijk nodig hebben. Waar de sfeer in het boek grimmig en onheilspellend is, doet de spanningloosheid van de plot daar afbreuk aan.

De persoonlijke perikelen van Janna vormen een welkome variatie: de verliefdheid voor haar maître neemt voortdurend toe, zeker wanneer ze een affaire beginnen. De speelse tweeling Friedrich en Siegbert, die een buitengewone fascinatie voor elkaar deelt, vraagt daarnaast om Janna’s aandacht en is telkens beurtelings jaloers als ze deze aan een van hen geeft. Haar hart ligt echter bij Von Bötticher.

Janna merkt dat ze tijdens haar verblijf op het Raeren een ontwikkeling doormaakt: bij aankomst is ze nog een meisje zonder standpunt, maar uiteindelijk merkt ze dat ze niet langer onpartijdig kan blijven. De titel van het boek, De Nederlandse maagd, heeft dan ook weinig te maken met de maagdelijkheid van Janna zelf, maar staat symbool voor de onpartijdigheid van Nederland. Als enige Nederlandse aanwezige op het landgoed merkt Janna dat men hier haar vaderland niet dankbaar voor is: onpartijdigheid wordt gezien als lafheid.

‘Hoe lang moet een toeschouwer blijven kijken voordat hij medeplichtig wordt?’ schrijft De Moor, en dat is waar de roman om draait op meerdere niveaus: die van Nederland en zijn positie ten opzichte van andere landen, maar ook die van het schermen: in hoeverre kan een toeschouwer zich aan medeplichtigheid onttrekken wanneer duellisten elkaar verwonden?
De roman bevat meer van dit soort uitspraken die je aan het denken zetten. Daarnaast verrijkt De Moor haar verhaal met prachtige omschrijvingen en vergelijkingen (‘Schilderen helpt niet, zoals een verlaten vrouw nog troostelozer wordt als ze zich opdoft’), maar niet overal is de roman even sterk geschreven; vooral wanneer je midden in het boek zit, hobbelt het verhaal wat moeizaam voort. Zinnen als ‘De moed zonk me in mijn veel te ruime rijlaarzen’ doen oubollig aan. Het terloopse gebruik van Limburgs dialect vormt daarentegen een subtiele toevoeging aan de roman en kleurt de wereld die De Moor ons schetst.

Hoewel de uitwerking van de plot dus niet optimaal is, zorgt de onheilspellende sfeer toch voor spanning. De gebeurtenissen, die steeds ingrijpender worden, en deze bedrukkende ambiance komen samen in een bloedstollende ontknoping die je geschokt achterlaat: De Nederlandse maagd voert je op geslaagde wijze mee naar het verleden en zet je het mes op de keel.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.