Tomas Lieske
Alles kantelt
(2010)
Querido
245 pagina's
€ 18,95
ISBN 9789021438863
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
Een luchtschip in bonte kleuren
recensie van Dünya
recensie van Dünya
recensie van Mijn soevereine liefde
Een geweer voor blikjes poedermelk
recensie van Dünya
De sublieme totalitaire dreiging
recensie van Een ijzersterke jeugd
Lust met een nationaalsocialistisch tintje
recensie van Een ijzersterke jeugd
AKO-schaduwjury 2008 van start
opiniestuk
Aan mijn doodsbed geen cynisme
opiniestuk
opiniestuk
AKO schaduwjury 2011: Brouwers de beste
opiniestuk
andere recensies
Volwassen man verdwaalt in zijn verleden
door Nikki Honigh, 4 november 2011
Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs 2011 schaduwjury
In Alles kantelt loopt de 34-jarige Anton Milot, theaterwetenschapper en gespecialiseerd in Shakespeare, op een dag in 1976 zijn jongere ik tegen het lijf. Deze jonge versie van hemzelf vertelt over zijn leven en al gauw blijken de herinneringen van Anton niet altijd overeen te komen met wat het kind hem meedeelt. De oude Anton heeft nog steeds veel verdriet van het overlijden van zijn vrouw Robin, die zes jaar eerder door een bus werd overreden. De jonge Anton is nog helemaal in de ban van Rosemarie, een Duits meisje dat vlak na de oorlog een aantal jaren bij de familie Milot woonde. Na zeven jaar keert zij terug naar Duitsland, tot groot verdriet van de jonge Anton. De volwassen Anton herinnert zich echter weinig meer van Rosemarie, het lijkt alsof de verliefdheid op en het overlijden van Robin hem zijn herinneringen aan haar hebben doen vergeten.
Wat Lieske in deze roman beschrijft, is feitelijk onmogelijk, en toch weet hij het door de omstandigheden waarin het verhaal zich afspeelt realistisch te maken. Het hoofdpersonage lijdt aan epilepsie waardoor hij af en toe tijd en plaats niet goed kan thuisbrengen. In deze situatie zou het misschien toch mogelijk kunnen zijn een jongere versie van jezelf tegen te komen.
Lieske plaatst het verhaal in een werkelijkheidsgetrouwe context, een Nederlands gezin in de jaren ‘50 waarin de Tweede Wereldoorlog nog steeds een belangrijke rol speelt. Er wordt een Duits meisje opgenomen in het gezin Milot, wat ook gebeurde in het gezin waarin Lieske opgroeide. Het leven van de schrijver vertoont nog een overeenkomst met dat van het hoofdpersonage: beiden zijn geboren in 1943.
De jonge Anton groeit op in een in zijn ogen onschuldige kinderwereld. Maar al snel bereikt hij een leeftijd waarop er dingen gaan kantelen. Zijn vriendschap met Rosemarie verandert in verliefdheid, in zijn schriftje waarin hij de mens hiërarchisch heeft opgedeeld in zeven verschillende klassen behoort zij tot de hoogste klasse. Maar vooral de relatie van Anton met zijn vader verandert. Zijn autoritaire vader valt van zijn voetstuk als ‘held’ wanneer hij niet de persoon blijkt te zijn die Anton voor ogen had. Op dat moment gaat Antons wereldbeeld verschuiven. Waar hij zijn leven eerst ‘al oorlogje spelend in het puin’ als één groot toneelstuk zag, verandert dit spel in een levensechte situatie waarbij zijn pistool van ‘geschilde vliertak en elastiek’ ingeruild wordt voor een Mauser C96.
Het geheugen speelt een centrale rol. In de roman heerst het idee dat je nare dingen gewoon kunt ‘vergeten’. Rosemarie wordt door haar Nederlandse pleegouders geacht haar ervaringen uit de oorlog te vergeten door één nachtje slapen. Anton herinnert zich weinig van zijn jeugd en de dingen die hij zich herinnert zijn vaak anders dan in de ogen van de jonge Anton. Onduidelijk blijft wie het meest geloofwaardig is: de jonge Anton voor wie het verschijnen van spoken en geesten totaal niet vreemd is, of de oude Anton die zich na het overlijden van zijn vrouw dingen verbeeldt. Hij weet zelf niet goed waar zijn herinnering stopt en de verbeelding begint. Lieske heeft dit dilemma prachtig vormgegeven in de dialogen tussen de oude- en de jonge Anton, waarbij je net als Anton zelf niet meer weet wie er eigenlijk aan het woord is. Jammer is wel dat vaag blijft of de fantasieën die Anton heeft ook echt allemaal het gevolg zijn van epileptische aanvallen, of dat zijn verleden misschien ook een grote rol heeft gespeeld bij het ontwikkelen van deze waanbeelden.
Het feitelijk onmogelijke deel van het verhaal wordt vooral realistisch gemaakt door het taalgebruik van Lieske. Zijn schrijfstijl wordt gekenmerkt door lange zinnen die ondanks hun lengte duidelijk leesbaar blijven. Hij weet abstracties op zo’n uitzonderlijke manier te beschrijven dat je in het verhaal zelfs de meest bewegingsloze zaken tot leven ziet komen: ‘De butsen in de metalen vuilnisbakken ontspanden, waardoor het zink bevattende metaal terugveerde en met een hoge krijs een eerdere positie heroverde.’ Lieske weet alledaagse dingen tot iets bijzonders te verheffen, onopvallende gebeurtenissen geeft hij een bijna komische lading. Bijvoorbeeld: ‘Wat wij niet in de gaten hadden, zeg ik tegen de jongen, die met zijn knietjes probeert het dashboardkastje van de auto open en dicht te duwen en dat is niet bevorderlijk voor een goede sluiting, wat wij niet in de gaten hadden, was dat haar Duits en ons Nederlands elkaar moeilijk verstonden.’ Zo weet Lieske een mysterieuze wereld op te roepen, waarbij je op moet passen niet te verdwalen in al zijn taalversiersels.
Alles kantelt is een fascinerende roman waarvan vooral het taalgebruik een dikke pluim verdient, net als de originele manier waarop Lieske het hoofdpersonage terug laat gaan naar zijn kindertijd. Het verhaal boeit tot de laatste bladzijde en blijft continu verrassen.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

(4/5)


