Esther Gerritsen
Superduif
(2010)
De Geus
189 pagina's
€ 18,90
ISBN 9789044516432
Steun Recensieweb en koop dit boek bij Athenaeum (24-uurslevering)
oordeel
elders op recensieweb
recensie van Normale dagen
recensie van De kleine miezerige god
recensie van Superduif
Klein leed en menselijkheid troef: de Libris Literatuurprijs schaduwjury 2011
opiniestuk
andere recensies
De Groene Amsterdammer
Het Parool
Nu.nl
VPRO Boeken
Cutting Edge
Eenzame vlucht
door Renske Bonnema, 11 november 2011
Dit is een recensie in het kader van de AKO Literatuurprijs 2011-schaduwjury. Zie ook de voorpublicatie op Athenaeum.nl.
In de korte roman Superduif van Esther Gerritsen volgen we het dertienjarige meisje Bonnie, ongelukkig, eenzaam en onzeker over zichzelf. Als ze ’s ochtends gewekt wordt door haar moeder, begint ze te schreeuwen en smeekt ze om te mogen blijven liggen. Vanaf dit vreemde begin van de roman word je meegesleurd in de gedachtegang van Bonnie; de gekke dingen die erop volgen ga je vanuit haar gestoorde perspectief bekijken en bijna even normaal vinden als zij ze zelf ervaart.
Op een gegeven moment denkt Bonnie dat ze kan zweven wanneer ze over een hekje springt. Vol trots laat ze dit aan haar moeder zien, die vertwijfeld toekijkt. Later gaat het nog een stapje verder: Bonnies schouderbladen jeuken, ze krijgt het ontzettend warm en heeft het gevoel dat ze haar kleren uit moet trekken. De jeuk verandert in kramp en trekt door haar hele lichaam. Wanneer ze naar haar voeten kijkt ontdekt ze dat die zijn veranderd in vogelpoten. Bonnie is veranderd in een duif en verricht als duif eenzelfde soort heldendaden als Superman. Ondanks het heroische karakter van de Superduif, zit er toch ook een soort triestheid en onbeholpenheid in, die tussen de regels door weerklinkt doordat Bonnie zelf geen controle heeft over wat ze doet als ze is getransformeerd.
‘Elke namiddag bleef ik op mijn kamer, Het duurde een week tot de volgende transformatie. Toen de hitte me overviel deed ik het raam alvast verder open omdat ik wist hoe lastig die handeling als duif was. Ik vloog al soepeler uit dan de vorige keer, maar had weer geen enkel benul waarheen ik ging. Bij de spoorwegovergang zag ik twee jongens van mijn leeftijd onder de slagbomen door kruipen. Ik daalde. Ze zagen me en kwamen van het spoor af om stenen te rapen en gooiden die naar me. Ik verborg mijn kop in mijn veren. Terwijl de stenen mij raakten, raasde de intercity voorbij.’
Wanneer Bonnie op school haar spreekbeurt wil houden over haar bestaan als duif zijn haar vrienden, Manuel en Ine, bereid te helpen. Met hun kinderfantasie doen ze met Bonnie mee, terwijl Bonnies ouders zich steeds meer zorgen maken over hun dochter. Haar vader wil vooral dat ze zo normaal mogelijk doet, haar moeder probeert vooral te begrijpen wat er in haar omgaat. Beide ouders kijken machteloos toe hoe Bonnie steeds verder van hen af drijft en steeds meer in haar eigen wereld opgesloten zit.
De roman wordt vanuit Bonnies kinderlijke optiek verteld, wat doorklinkt in stijl en taalgebruik. De zinnen zijn zo simpel dat een kind ze moeiteloos zou kunnen lezen. Het effect ervan is dat veel onbenoemd blijft waardoor er ruimte is voor eigen interpretaties. Het verhaal zit niet dichtgetimmerd. Zo wordt bijvoorbeeld nooit expliciet gemaakt wat Bonnies omgeving vindt van haar vreemde gedrag. Je komt er wel achter dat ze het als raar ervaren en zich zorgen maken, maar wat ze er precies van denken blijft onduidelijk.
Superduif heeft iets beklemmends doordat je de confrontaties tussen Bonnie en anderen over haar fantasieën als het ware van bovenaf beziet. Bonnie heeft zelf niet in de gaten hoe de mensen om haar heen op haar reageren, maar dit wordt door Gerritsen feilloos in een paar woorden neergezet. Telkens als Bonnie transformeert wordt dit vanuit haar perspectief meebeleefd. Je bent niet goed op de hoogte van wat er eigenlijk echt gebeurt, want vanaf de eerste bladzijde heb je door dat Bonnie geen betrouwbare verteller is. Het verhaal krijgt hierdoor een beladen sfeer, die subtiel wordt opgebouwd. De afstand tussen Bonnie en de anderen en de manier waarop ze naar de wereld kijkt wordt steeds aandoenlijker; het is meelijwekkend met een onheilspellende ondertoon.
De climax van het boek is een schoolfeest, waar Bonnie weer transformeert in een duif, en waar ze eindelijk begint te beseffen hoe haar omgeving haar hallucinaties ervaart. Hierna volgen gesprekken tussen Bonnie en een psycholoog waarin pas echt duidelijk wordt hoe ver Bonnie afstaat van de werkelijkheid en hoezeer ze vervreemd is van het normale. Ze tonen het onderscheid tussen Bonnies waanvoorstellingen en de werkelijkheid, Bonnies fantasie wordt onderuit gehaald. Je voelt de afloop van het boek al een hele tijd aankomen en toch is de laatste bladzijde inktzwart.
Superduif is een lastig te duiden verhaal: enerzijds eenvoudig geschreven, maar aan de andere kant zo vol van heftige emoties dat er sprake is van een volwassen, gecompliceerde roman, die ontroert en verontrust.
Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.



