Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Pa-da-boem-tsssj

door Irwan Droog, 3 januari 2012

De romantiek van het reizen, van het achterlaten van alles en gewoon gáán, heeft al menig auteur geïnspireerd tot het schrijven van een zogenaamde roadnovel. Miel Blok onderscheidt zich direct met zijn titel al van zijn voorgangers: zijn boek is een roadmovie. Op papier. Hoe dat werkt? Niet, helaas. Door een soundtrack bij het boek te leveren, en naar de nummers daarvan te verwijzen met QR-codes in de marges van de pagina’s, gaat Arie-Wubbo. De ultieme roadmovie (op papier) weliswaar op zoek naar onontgonnen terrein in het vermengen van tekst en geluid (maar geen beeld – vanwaar dat ‘movie’?), een goed boek maakt dat het niet.

Het begint, klassiek, met alles achterlaten. Arie-Wubbo (vernoemd naar Ribbens en Okkels) is succesvol uitvinder van de lepel waar geen saus aan blijft plakken, maar heeft in de liefde minder geluk. Wanneer hij een beeldschone Roemeense tegenkomt, besluit hij haar tweelingzus uit Roemenië te gaan halen. Onderweg maakt Arie-Wubbo kennis met een hoop merkwaardige mensen, stuk voor stuk eendimensionaal en een tikkeltje absurd. Hij komt aan in Roemenië, beleeft de nodige avonturen en vliegt door naar Amerika, waar hij wederom een handjevol wandelende clichés ontmoet.

Waarom werkt Arie-Wubbo niet als roman? Ten eerste is er het zwakke plot. Succesvol zakenman heeft ‘knoop in zijn maag’, geeft materialistisch leventje op en leert nieuwe dingen tijdens zijn reis. Toegegeven, Jack Kerouacs ultieme reisroman On the Road moet het ook niet hebben van zijn verhaal, maar Arie-Wubbo slaagt er ook niet in door stijl, humor of personages te boeien.

Het taalgebruik is eenvoudig en doorspekt met clichés (‘De weg naar het geluk is geen geijkt pad. Het is voor iedereen anders.’). Daarnaast lijkt het gemiddelde aantal uitroeptekens per pagina rond de drie te liggen, waardoor het pijnlijk duidelijk wordt dat Bloks talige expressieve vermogens beperkt zijn tot het gebruik van betekenisvolle interpunctie, die daardoor al snel betekenis verliest:

- ‘Mooie vrouwen mogen het land niet uit… Wat een waanzin!’
– ‘De lessen die je leert tijdens een reis… Prachtig!’
– ‘Arie moest lachen. Fraai… Dat beloofde wat!’
– ‘Als Adriana toch eens van hem zou houden… Meer had hij niet nodig!’

Qua humor, waar de roman op lijkt te mikken, is het te lijvige niemendalletje afhankelijk van de absurditeit, die nooit echt grappig wordt, en van een verzameling woordgrappen, die in hun extreme flauwheid bewonderenswaardig nauwkeurig de plank misslaan. Een kleine selectie:

- ‘Een bosje stro is zo gevonden. Als een speld in een speldenberg.’
– ‘Wat moest hij nu nog? Balen. Balen met hooi vulden de stal.’
– ‘Desolater kon het bijna niet meer worden. Maar goed. Desovroeger werd het ook niet meer.’
– ‘Pang! Arie schrok zich helemaal zonder wezen. Wezenloos dus.’

En nog een laatste, met een wat langere aanloop:

‘Een dame sprak de wachtenden bij de gate toe. Het was wederom tijd om in te stappen. Arie bekeek zijn boardingpass en wierp daarna snel een blik op die van Adriana. Ze had een instapkaart voor een andere rij. Dat was niet erg gezellig. In de eersteklascabine van de grote Boeing probeerde hij te ruilen zodat ze naast elkaar konden zitten. Helaas… De mensen die de stoelen naast Arie en Adriana bezetten, waren niet te vermurwen. Ze wilden bij het raam zitten. Het kon dus ook nu nog niet altijd meezitten.’

(Om, geheel in stijl van de roman, ook mijn tekst met geluid aan te vullen, hier een link naar een audiofragment ter afsluiting van bovenstaande citaten.)

De personages ten slotte blijven akelig plat, wat voor Arie-Wubbo’s vluchtige contacten geen ramp is – voor hemzelf is een gewichtiger persoonlijkheid echter toch noodzakelijk. Kerouacs Sal Paradise had Dean Moriarty, P.F. Thoméses alter ego had J. Kessels, maar Bloks Arie-Wubbo heeft niemand – hij is zowel de hoofdpersoon die rustig moet reflecteren op zijn (ook innerlijke) reis, als de extroverte, impulsieve en onverantwoordelijke avonturier. Deze uitersten zitten elkaar dermate in de weg dat mijn waardering voor de gebalanceerde duo’s van Kerouac en Thomése retrospectief groeit.

In een passage die had kunnen uitblinken door de zelfspot, ware het niet dat Blok zijn andere roman al eerder in Arie-Wubbo aanprijst, laat Arie zich uit over de auteur:

’Arie las weer eens in het geschreven debuut ”Ik ben mijn beste vriend” van zijn favoriete auteur Miel Blok. Adriana bekeek de omslag van het boek vol interesse en vroeg hem of ze het mocht lenen zodra hij het uit had. Dat was natuurlijk geen enkel probleem. Geniale literatuur was er om met zoveel mogelijk mensen te delen, vond hij.’

Een mooi idee, het verspreiden van geniale literatuur. De website TenPages.com, waar Arie-Wubbo uit voortgekomen is, draagt daar met deze roman echter niet aan bij: deze roadmovie is, ondanks de goede bedoelingen, net zomin een movie als geniaal, of überhaupt literatuur.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.