Recensieweb. Nieuwe literatuur. Nieuwe gidsen.

nieuwste recensies

Sprookjesachtig grijs

door Esther Meijer, 16 januari 2012

Zie voor deze roman ook het artikel ‘Recensiewebs ontdekkingen van 2011’
In 2008 bracht Guus Bauer zijn positief ontvangen debuutroman De tuinman van niemandsland uit. Deze speelt op het Boheemse platteland, waar Bauer zelf verscheidene jaren heeft doorgebracht. Heimwee heeft een kleur voert ons wederom terug naar het vroegere Oostblok: in de drie novellen waaruit dit boek bestaat, beschrijft Bauer de belevingswereld van de mensen aan de andere kant van het IJzeren Gordijn en de Muur – voor, tijdens en na de val – in 1989.

De titelnovelle gaat over Roman, een ex-professor en schrijver die als dwangarbeider te werk is gesteld in een wapenfabriek. Bauer laat ons lang gissen naar de werkelijke reden voor Romans gevangenschap: pas op de laatste pagina’s vallen de puzzelstukjes op hun plek.
In het tweede verhaal, ‘De koperslager en het grauw’, volgen we doodgraver Clemens, die in feite het manusje-van-alles is in zijn dorp. Nadat zijn vrouw is gestorven, hertrouwt hij met Anna, de dochter van koperslager Domin. Domin blijkt vroeger met Clemens’ vader – die inmiddels gestorven is – het plan te hebben gehad om via een ondergronds stelsel in opstand te komen tegen de strenggelovigen in het dorp. Deze gelovigen houden hen al te zeer in het gareel en ontnemen hen letterlijk alle kleur: men draagt slechts grijs. De koperslager betrekt Clemens nu bij dit plan, met alle gevolgen van dien.

Grenzen spelen een belangrijke rol in het boek. In letterlijke zin is er natuurlijk de Muur en de afstand die bestaat tussen de hoofdpersonen en de buitenwereld, maar er zijn meerdere grenzen die men overschrijdt: Romans tong is te scherp naar de zin van de socialistische arbeidersstaat en Clemens en de zijnen overtreden de regels door de strenggelovigen te willen verdrijven uit het dorp.

In ‘Je bent zelden getuige’, de derde en laatste novelle, beleven Altmann en Novak de daadwerkelijke val van de Muur in Berlijn. In het eerste verhaal vindt deze namelijk plaats op de achtergrond; in de tweede novelle is nog lang geen sprake van de val.
Een toevallige overeenkomst tussen de twee hoofdpersonages is dat het op de desbetreffende negende november hun vijftigste verjaardag is, verder kennen ze elkaar niet. Het enige contact dat ze hebben vindt plaats via een stel witte dameshandschoenen. Altmann vindt ze en doet ze om de takken van een kale struik, in de hoop deze te beschermen tegen de strenge winter. Novak neemt de handschoenen er later vanaf om te proberen of ze hem niet toevallig passen. Het is een ingenieuze en enigszins vertederende manier om de plotlijnen bij elkaar te brengen en tegelijkertijd het verschil tussen de twee mannen te illustreren.

Op zichzelf is deze thematiek van strikte grenzen en het doorbreken daarvan interessant, maar de uitwerking laat wat te wensen over. Bauer laat zijn lezer lang in het duister tasten en geeft slechts af en toe hints die de omgeving en achtergrond waartegen de verhalen spelen wat concreter maken. Het gevolg hiervan is dat pas tegen het einde van het boek duidelijk wordt dat het ‘leven achter het ijzeren gordijn’ een bindende factor tussen de verschillende novellen vormt.

Verfrissend hieraan is dat Bauer dit niet met veel bombarie beschrijft, maar ons dicht bij zijn hoofdpersonen houdt: we beleven alles vanuit het oogpunt van de verschillende individuen, variërend van een plattelandse doodgraver tot een Berlijnse patissier, tot wie dergelijke grote gebeurtenissen niet in al hun belang doordringen. Zoals de titel van de derde novelle aangeeft: je bent zelden echt getuige. Deze mensen ondervinden de gevolgen van bijvoorbeeld de strenge controle van de socialistische arbeidersstaat slechts via de aanwezigheid van spionnen in hun directe omgeving.

Bauers schrijfstijl blijft sober. Korte, simpele zinnen voeren de boventoon; gedetailleerde omschrijvingen laat hij achterwege. Op deze manier schetst Bauer een wereld die kleurloos aandoet. Hoewel de novellen handelen over ernstige gebeurtenissen, geeft Bauer ze een sprookjesachtige draai. Hij introduceert bepaalde elementen en bovendien enkele personages die niet zelden absurd aandoen. Zo beschrijft hij in de derde novelle hoe Altmann een buurman tegenkomt:

‘Het was zijn doordringende blik die Altmann van zijn stuk bracht. Eén oog met een lichtgele iris. Voor de andere kas zat een zwartleren lap. Een nek leek deze man ook niet te bezitten. Zijn stekelhaar was opgeschoren en aan zijn rechtervoet zat een schoen met een forse zool. Het zag er bijna uit als een hoef.’ .
Soms verlenen deze omschrijvingen het verhaal charme, vaak zijn ze ironiserend op aangename wijze, maar af en toe slaat Bauer door. Het valt hem echter te vergeven: hij trakteert ons op drie historische novellen, die ongewoon en vervreemdend overkomen – maar op een goede, indringende manier. Hij roept een grauwe sfeer op en trekt ons de belevingswereld van gewone mensen in het Oostblok in. Sprookjesachtig, maar wel en vooral met grote nadruk op de alledaagse werkelijkheid.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.

Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.

Dit artikel is geprint van Recensieweb - www.recensieweb.nl.

Het auteursrecht berust bij de respectieve auteurs van de teksten op Recensieweb.
Het voortbestaan van Recensieweb mogelijk maken? Steun ons.